vrijdag 11 januari 2013

Hersenschimmen - Bernlef

Buiten treedt de winter in, zoals de winter intreedt in de wereld van Maarten Klein. Die vreselijke winter, die zo lang duurt in het Noorden van de VS. Werd het maar lente, dan ging het beter, denkt hij.
Tijd en houvast zijn een luxe die verdwijnen in de ziekte die Maarten overvalt. "Kan het zelf wel, moeder." "Noem me geen moeder." "Hoe kom je erbij, Vera." In het begin kan Maarten er nog een voorstelling om zijn aftakelende geheugen te bouwen, hoewel zijn beeld niet de werkelijkheid is. Maar aan het eind verdwijnt ook het begrip en worden alle zinnen losse woorden. Het erge is nog dat Maarten Klein een heel aardige man lijkt. Een heel aardige man wiens wereld verdwijnt in de sneeuw.
Hersenschimmen lezen was voor mij een ontwrichtende ervaring. Door het vertelperspectief ontsnap je niet uit Maartens in elkaar stortende wereld. Onrustig word ik ervan, angstig. Terwijl het buiten donker wordt, voel ik mijn eigen houvast ook verdwijnen. Gedachten worden flarden zonder inhoud en betekenis. Wat overblijft is angst, alsof alles wat ik heb gezegd in een heel ander daglicht staat en iets heel anders heeft betekent.
Na het lezen moet ik een wandeling maken. Voelen dat de wereld er nog is, mijn houvast en tijd. Het is koud buiten, min vier. Het is nog lang geen lente.

Geen opmerkingen: