Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht het begin van alles. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht het begin van alles. Sorteren op datum Alle posts tonen

zaterdag 29 oktober 2022

Het begin van alles - David Graeber, David Wengrow

 

Het begrip beschaving [is] nog steeds grotendeels voorbehouden aan samenlevingen die worden gekenmerkt door arrogante alleenheersers, imperiale veroveringen en slavenarbeid.

Heel interessant boek!

Ons idee van menselijke geschiedenis ligt in het verlengde van Rousseau of Hobbes. Rouseause denkers zien de mens als natuurlijk gelijkwaardig, en ging het mis toen we gingen landbouwen, Hobbes ziet menselijkheid als van nature slecht, en hoefde het niet eens mis te gaan. We zien de menselijke cultuur als een soort evolutie, een pad van jager verzamelaars, krabbelaars die net voldoende voedingstoffen konden binnen verzamelen, via de eerste landbouw naar grote stadsstaten en uiteindelijk de industriële revolutie en de Westerse democratie, wat, uiteraard, het best is.

Uit recente (en minder recente) vondsten blijkt dit helemaal niet zo te zijn gegaan. 

Rousseau en Hobbes zijn erg beïnvloed, zo vertelt dit boek in de eerste hoofdstukken, door de kritiek van de oorspronkelijke bewoners van de Amerika's. Die ontmoeting heeft een grote invloed gehad op de oorspronkelijke bewoners, maar ook op de Westerse wereld en gedachten. We zien de oorspronkelijke bewoners van Amerika als groepen mensen die nog niet tot statendom gekomen waren en niet konden nadenken over hun eigen cultuur, of een andere. Maar de oorspronkelijke bewoners van Amerika zagen ons en onze cultuur, en zijn naar Europa gereisd, en hadden diepe kritiek op de Europese keizerlijke cultuur, de diepe ongelijkheid die in het Westerse systeem zat.  Deze kritiek had een grote weerklank in de denkers in Europa, die die kritiek omarmde en beschreef, of deze wilde weerleggen. De weerlegging ervan ging uiteindelijk uit van de egalitaire wilde cultuur van kleien groepen die foerageerden, die door landbouw uiteindelijk logischerwijs ongelijker werd, waarbij er een staat moest worden gesticht en mensen zich moesten onderwerpen aan een selecte groep machthebbers. 

Dit idee van de geschiedenis blijkt echter helemaal niet ondersteund te worden door vondsten. Groepen prehistorische jager verzamelaars waren helemaal geen foeragerende krabbelaars die alle moeite moesten doen om hun kostje bij elkaar te scharrelen. Ze waren in een lange tijd van de geschiedenis de bovenliggende cultuur, die op de beste gronden leefde. Ze kwamen in grote groepen bij elkaar voor de jacht op grote dieren, op plekken die qua grootte wedijverden met de eerste steden. Deze prehistorische steden werden na de jacht, in de lente, weer verlaten en de groepen gingen weer uit elkaar om de volgende winter weer bij elkaar te komen. Ook de leiding kon veranderen binnen deze tijden. Zo waren er prehistorische steden waar een allesoverheersende leider was, die bij het ontbinden van de stad in de lente allemaal opgingen in egalitaire groepen, of juist andersom. Die leiders waren ieder jaar anderen, of dezelfde uit dezelfde clan, alle vormen waren aanwezig. De mensen uit de steen- en bronstijd kwamen over enorme afstanden bij elkaar, waren eigenlijk wereldburgers. Ze bereisden grote delen van Europa en Azië, en in  Amerika van West naar Oost. De Amerikaanse bewoners hadden familieclannamen, en in allerlei groepen verspreid over Amerika zaten leden met die naam in groepen. Als jij met jouw familieclannaam bij een groep kwam was er altijd iemand met diezelfde familieclannaam van wie verwacht werd dat die je onderdak bood. In Europa en Azië werden allerlei materialen en voorwerpen over het hele continent verspreid.

Grootschalige landbouw was geen idee dat een grote sprong voorwaarts betekende en door alle mensgroepen die ermee in aanraking kwamen natuurlijkerwijs werd omarmt, zoals wordt verondersteld in de evolutietheorie van de geschiedenis. Duizenden jaren was kleinschalige moestuinlandbouw de overheersende vorm van landbouw, terwijl mensen wisten hoe je grootschalige landbouw moest aanpakken. Het was een keuze om dat niet te doen. Grootschalige landbouw was een cultuur, die door een ander groep juist hartstochtelijk werd tegengehouden. In Californië bijvoorbeeld waren groepen oorspronkelijke bewoners die landbouwden en slaven hielden, en andere groepen die hun eigenheid zagen in het juist afzweren van deze methoden. 

Ook waren steden met grootschalige landbouw niet per definitie staten met leiders en hiërarchie, zoals wordt verondersteld. De eerste steden in Urdu waren juist erg egalitair, terwijl de jagersvolken die er omheen leefden juist erg hiërarchisch waren opgebouwd, om weerstand te bieden tegen de druk van de steden. Bureaucratie was bijvoorbeeld in de steden in Zuid Amerika geen gevolg van voedselverdeling, zoals in de theorie wordt aangenomen, maar meer een vorm van verzamelen en bijhouden van gegevens van voorouders en van tijd, het behouden van linken met het verleden en het hiernamaals.

Staten hebben geen oorsprong, er is geen logische oorsprong en gevolg.


woensdag 21 maart 2012

No en ik - Delphine de Vigan

Ik heb dit boek gelezen in het kader van de boekverfilmingsreeks van bioscoop 't Hoogt en boekwinkel Savanah bay.
Lou Bertignac is een meisje van dertien met een IQ van 160. Als ze de dakloze No(lwenn) ontmoet voelt ze voor het eerst een soort van zielsverwantschap met iemand. Op school heeft ze geen vrienden en haar familie heeft door een groot verlies moeite om emoties met elkaar te delen. Als No, murwgebeukt door het straatleven, zich niet meer kan verzetten, proberen Lou en haar ouders het leven van No weer op poten te zetten door haar in huis te nemen. Dit heeft een groter effect op de familie Bertignac dan op No.
Het verhaal wordt verteld vanuit Lou's perspectief, die met haar dertien jaar niet in het hoofd van de achttienjarige No kan kijken. Dat betekent wel dat No niet meer dan een katalysator voor de volwassenwording van Lou en het helen van de familiebanden van haar familie wordt. Haar emoties komen altijd uit de tweede hand, uit die van Lou. Lou vertelt in plaats van dat de lezer voelt; zelf weet Lou niet precies wat ze voelt en de gevoelens van anderen beschrijft ze. Slechts aan het eind, als Lou zelf de wereld voelt, voel je als lezer mee. Dat is consequent verteld, maar soms ook makkelijk, mede ook door de taal, die toch vooral is geschreven voor pubers en jongvolwassenen.
In bijvoorbeeld Het verhaal van de hond in de nacht krijg je als lezer echt het gevoel dat de hoofdpersoon een hyperintelligent en wat wereldvreemd persoon is. Ondanks dat Lou twee klassen heeft overgeslagen wordt zij dat nooit. In haar taalgebruik en de manier waarop ze haar verhaal vertelt merk je niet veel van haar vroegwijsheid, behalve als ze dat letterlijk zegt. Ze doet vreemde proefjes, maar verder blijft ze voor mij een vrij normale dertienjarige. Sommige van de proefjes, zoals het onderzoek naar het effect van broodroosterstand acht op verschillende soorten brood, zie ik een intelligent meisje van dertien zo doen, andere vind ik toch wat gezocht.
Het alles of niets gevoel dat pubers zo kunnen hebben vind ik in het verhaal erg goed getroffen. De vriendschap van Lou met No is meer dan een vriendschap, zowel voor No als voor Lou. Het is een levensbehoefte. "We zijn samen toch?" Als Lou besluit om met No mee te gaan klinkt dat als een onlogisch besluit, maar in het hoofd van en dertienjarige wordt het juist erg begrijpelijk.
Het verhaal is gevoelig en teder geschreven, met hart voor de hoofdpersonen. Zeker voor beginnende volwassen lezers is dit een mooi boek. Aan het eind blijkt de wereld niet zo maakbaar als ze in het begin leek te zijn.

6 april ga ik naar de film van dit boek.

Dit boek heb ik opgestuurd naar een andere lezer.

zondag 26 oktober 2014

Europe a history - Norman Davies

Ooit toen ik ongeveer dertig was, ben ik met dit boek begonnen, en nu, meer dan vijftien jaar later, ben ik bij de Eerste Wereldoorlog.
In mijn samenvatting van dit hoofdstuk:
Na de Franse revolutie waren over de koninkrijken weer in ere hersteld. Na alle bloeddorst en revolutie van de periode van Napoleon was de heersende opvatting van diegenen in power 'Dit nooit weer.' Alles moest in het werk worden gesteld om de koningen (grappig genoeg bijna allemaal familie van elkaar) aan de macht te houden. Dit werd de grote periode van Europese vrede tussen de Franse revolutie en de Eerste Wereldoorlog.
De wereld veranderde enorm. Door de industriele revolutie en de afschaffig van de horigheid was er een volledig nieuwe orde ontstaan en overal in Europa werd gezocht naar een politiek om deze orde te besturen. De grote groep voormailge horigen werden nu de massa, de fabrieksarbeiders, de paupers. Er ontstond socialisme, liberalisme, communisme, allemaal als reactie op deze nieuwe situatie. Ook de Staat, een landsgebied met inwoners die zich voornamelijk als volk van die staat zagen, ontstond in deze periode. Dat volkeren een staat moesten hebben was een gedachte die ook nu ontstond.
Ook Europa veranderde. Het Europa van 1914 is onvergelijkbaar met dat van 1800. Vooral het ontstaan van Duitsland en Italië en de neergang van het Ottomaanse rijk, zorgde hiervoor. Door de ineenstorting van het koninkrijk Polen-Litouwen, de enige plek in Europa waar vrijheid van Joden geregeld was, ontstond er een grote populatie van Joden in de overige Euopese landen, die de een na de ander ook kozen voor vrijheid van godsdienst voor Joden. Zij konden eindelijk overal in Europa midden in de maatschappij staan, en hoewel het grote deel van de Joden nog steeds arme sloebers in Oekraïne en gebeiden die nu Polen zijn waren, deden zij dit ook. Ze konden echter nooit en in Europa staan en de grote hoeveelheid geboeden van hun geloof eerbiedigen,  en zo ontstond een groep Jopen voor wie het Joodse geloof eigenlijk geen grote functie meer had. Als tegenreactie, zoals die dingen gaan, ontstond er een andere groep Joden, voor wie het geloof juist het centrum van hun zijn zou worden. Een verhaal dat ik eerder had meegekregen uit Story of the Jews van Simon Schama.
De groete vrede had nog een andere oorzaak. Door de industriële revolutie en de grote overmacht van Europese wapens waren er overal ter wereld, vooral in Azië en Afrika, witte plekken waar de powers at be hun macht konden uitbreiden zonder tegen elkaar te hoeven vechten. De clashes op Europees grondgebied, De Pruisisch Franse oorlog en de Krimoorlog, waren, zeker de laatste, een voorbode van de manier van oorlogvoeren na 1914. Ze waren voornamelijk kleine oorlogen, ontstaan uit het ontstaan van Duitsland, dat zijn grenzen moest vinden, en de teloorgang van het Ottomaanse Rijk, waardoor er gebieden vrij kwamen die of hun eigen staat moesten krijgen, of een invloedsfeer worden van een van de vijf grote spelers.
Begin 1900 waren alle witte vlekken op de wereldkaart ingevuld. Er was geen mogelijkheid meer voor landen om buiten Europa hun invloedsfeer uit te breiden. Er moest, zo voelde het, ooit een clash komen tussen de vijf grote spelers, om de nieuwe geopolitieke macht uit te spelen. Dat die in 1914 begon, dat was een vorm van toeval, mogelijkheid, en zeer slechte diplomatie van mensen gevormd in het midden van de 19e eeuw, een volledig andere tijd dan begin 20ste.

zondag 12 februari 2023

Fortuna's kinderen - Annejet van der Zijl

 

Grappig, in mijn vorige boek was ik wandelen in het Zuiderpark in Den Haag, en dit boek speelt voor een deel in Monster, iets van 10 kilometer verderop.

Ik heb dit met plezier gelezen, Annejet van der Zijl vind ik altijd prettig schrijven. Ik moest wel wennen aan woorden als blank en slavin, zo zie je hoe snel dat verandert.

Mooi vond ik de beschrijvingen van de stad Charleston en later van het begin van San Francisco.

De familie lijkt zich niets aan te trekken van de conventies rondom gemengde relaties in hun tijd, maar de nazaten zeggen in het laatste hoofdstuk woorden die mij doen schrikken, omdat ze juist in de huidige tijd gezegd zijn.

Iemand zou naar het huis in Oakland moeten gaan om de jongeren daar de familiegeschiedenis te vertellen! Ooit ga ik dat doen:

Een Nederlandse jongeman, jongste van broers, gaat vanuit Europa met het zeilschip naar Amerika, om daar fortuin te maken. Hij komt terecht in Charleston in Florida, een stad met ongekende zakelijke mogelijkheden, maar ook een grote slavenmarkt. Als hij ziek wordt, wordt hij verzorgd door een slaafgemaakt meisje. Later koopt hij haar vrij, om haar zelf beslissingen te laten nemen over haar toekomst. Zij houd ook van hem, en ze trouwen in het geheim en wonen in het geheim bij elkaar in Charleston, terwijl hij een fortuin verdient, en ze stichten een gezin. 

Als de situatie in Amerika steeds vijandiger wordt, de burgeroorlog nadert, en in het Zuiden worden de regels voor slaafgemaakten en vrije zwarten steeds restrictiever, smokkelt hij eerst een voor een met een boot zijn kinderen naar Nederland, en dan zijn vrouw. In Nederland trouwen ze officieel. Hij gaat heen en weer naar Charleston voor zijn zaken, waar niemand mag weten dat hij getrouwd is met een zwarte vrouw en voormalige slaafgemaakte. Zij blijft in Nederland en wordt societylady. Ze zal haar familie in Charleston nooit meer zien, en haar man maar een paar maanden per jaar.

In Nederland ontmoet een van zijn dochters hun witte buurjongen en ze raken verliefd en trouwen. De buurjongen heeft echter net zo'n avontuurlijk hart als zijn schoonvader en reist via Panama naar het gestichte San Francisco, waar goud gevonden is. Zijn vrouw reist hem na. Niet met goud, maar met handel in alles wat gouddelvers nodig hebben maakt hij een fortuin, en hij sticht een bank en een landgoed in Oakland een rustiger stadje aan de overkant van de baai. Ook zij ziet haar familie nog zelden, slecht op sporadisch familiebezoek naar Nederland.

Hun kinderen verliezen het volledige fortuin door mismanagement en de beurskrach van 1931 geeft het laatste zetje. Het huis de tuin en het landgoed worden verkocht. Oakland wordt een buurtstad van San Fran, waar vooral een zwarte gemeenschap woont, en het huis wordt een jongerencentrum.

Ook de landgoederen in Nederland van de familie worden verkocht. Wat overblijft is een graf in de duinen bij Monster.

maandag 3 maart 2014

Golden Boy - Abigail Tarttelin

Dit was een leesexemplaar van dit boek, dat pas in het Nederlands uit is, over een intersekse kind en de verwarring die dat bij iedereen, ouders, broertje, hijzelf en zijn omgeving veroorzaakt. Max, de intersekse puber, is eigenlijk een vrij normale puber, vindt hij zelf, tot hij, verteld in vrij expliciete details, verkracht wordt op zijn slaapkamer door zijn beste vriend. Deze verkrachting zet allerlei vragen bij Max in beweging, en de gevolgen van deze vragen en de verkrachting zijn er voor iedereen. De verkrachtingsscene in het begin van het boek vind ik persoon te veel van het goede, zo zonder aanleiding, en zo uitdrukkelijk in zijn details. Ik denk dat de schrijfster vond dat dit nodig was omdat deze daad zo een grote impact heeft op Max en het verhaal om hem heen, maar volgens mij had het ook anders gekunt, met meer verbeeldingszin.
Dat is met meer in dit boek zo. Abigail Tarttelin vertelt alles in plaats van mijn verbeelding aan het werk te zetten. Sommige personages, de aardige arts Archie bijvoorbeeld, zjin er alleen maar als een soort huls voor informatie over interseks, dat gepresenteerd wordt als een soort Wikipedia (letterlijk!). En er is wel heel veel melodrama, een tandje minder had wel gekund.

Wel goed geraakt, in mijn ervaring, is de manier waarop iedereen omgaat met anders zijn en hoe de familieankers gaan drijven op het moment dat het anders zijn niet meer ontkent kan worden.  Daar is dit semi jeugdboek uiteindelijk een goed boek voor, om te laten zien hoe wij omgaan met anders zijn. Het boek doet je wel nadenken over genderissues, en dat is goed, hoewel ik het niet eens ben met alle morele antwoorden die de schrijver geeft. En Max is erg lief, en te volwassen voor zijn leeftijd, maar daardoor lees je het boek wel uit. Wat een aardig iemand!
Ik hoop wel dat de storende fouten in het leesexemplaar nog gecorrigeerd zijn. Zo spelen de kinderen op school (in Engeland!) korfbal, wat zomaar gedurende de scene verandert in volleybal. Ik vermoed, dat moet ik nog controleren, dat in de orginele Engelse roman er volleybal werd gespeeld tijdens gym, en dat door de vertaler is vertaald naar korfbal. Nu spijbelde ik best veel van gym, brr, maar in mijn ervaring hebben wij zelfs in Nederland nooit korfbal gespeeld. In Engeland lijkt me dat al helemaal onwaarschijnlijk.

zondag 28 oktober 2012

Picnic at Hanging Rock - Joan Lindsay

In essentie is dit boek een mysterie dat nooit wordt opgehelderd. Voor mij had het mysterie zonder het laatste hoofdstuk (17, want er is ook een hoofdstuk 18 dat de schrijfster zelf heeft weggelaten) gekunt. Dat laatste hoofdstuk maakt het eigenlijk een soort horrorverhaal.
Er zitten allerlei bovennatuurlijke verwijzingen in, de tijd, de tikkende klokken, de rots. Maar in essentie is het voor mij een boek over een einde en een nieuw begin. Op allerlei niveaus komt dat terug. De verdwijning van de meisjes is voor iedereen in het dorp een eikpunt, het moment waarop zij met zichzelf in het reine moeten komen, opnieuw moeten beginnen. Het gaat over het verlies van je jeugd, het beginnen met volwassenheid, de spanning tussen het nog kind zijn, maar al volwassen moeten zijn, de liefde en beginnende sexualiteit, het verlies van onschuld, ouderdom, maar ook het langzame kapot gaan van de Engelse koninkrijk in een vreemd land, dat zijn eigen cultuur krijgt, niet meer Engels is, maar toch een band houdt met Britannië. Het gaat over het verlies van geloof en het vinden van levensdoel. "Everything begins and ends at exactly the right time and place.
Dit alles bereikt zijn hoogtepunt op dat ene moment, de picknick bij Hanging Rock. De rots speelt een zeer speciale, bovennatuurlijke rol, als een levende entiteit, zoals de Abopriginals hem zien. Op die manier gaat de roman ook over het einde van het oude Australië van de Aboriginals.

dinsdag 12 mei 2015

De illegale werker - Anne de Vries

Een vriendin heeft dit boekje gekregen op school voor geschiedenis en gaf het aan mij om te crossen. Ik heb het nu eerst zelf gelezen, tijdens deze 4 en 5 mei periode. Het aardige ervan vind ik dat het geschreven is toen de oorlog net afgelopen was. Geschiedenisboeken van nu zijn op afstand, reflecterend, omdat wij, de lezers, en ook de onderzoekers, de schrijvers, inmiddels op afstand zijn. Toen dit boekje werd geschreven kon je de Tweede Wereldoorlog amper geschiedenis noemen.
Het boekje doet aan als een lezing voor verzetstrijders, een soort terugblik om een jaarlijkse bijeenkomst. Het is dan ook eerder verschenen in het gedenkboek van de illegaliteit uit 1952. Veel verhalen van verzetsstrijders uit eerste hand, verteld aan mensen die het weten, die bij alle beschrijvingen herinneringen ophalen.
Je moet je wel door wat Huizinga-achtige propere-Nederlander-zinnen heenwerken in het begin. Ik vind ook dat Anne de Vries het geloof teveel als kenmerkend beschouwd voor de illegaliteit. Daarmee doet hij onrecht aan al die mensen, communisten, havenarbeiders, die zich verzetten zonder geloof.
Het boek laat goed zien dat de (weinige) verzetslieden in Nederland uit alle geledingen van de maatschappij kwamen.
En toen zag men gebeuren dat meerdere mensen die voorop hadden gestaan toen er nog geen gevaar dreigde, zich terugtrokken [...] Dat anderen, die zich om den brode niet konden terugtrekken, bv ambtenaren, tot een compromis en telkens vernederender compromis bereid waren. Hun plaatsen werden langzamerhand ingenomen door anderen, en het is opvallend dat onder de laatsten zoveel kleine, bescheiden, onopvallende mensen waren, mannen die tot nu toe in de achterste gelederen hadden gestaan en die nu een moed en een onverzettelijkheid aan de dag legden, waarvan zij zich zelf nimmer bewust waren geweest.
Mannen. Tijdens het lezen was er een soort korte nieuwsdiscussie over vrouwen in het verzet, en dat daar meer aandacht voor moest zijn. Dit boekje heeft een heel hoofdstuk over vrouwen in het verzet. Anne de Vries begint met de opmerking dat Het verzet mannen en vrouwen waren, in dezelfde moed, vindingrijkheid en initiatief. Zowel mannen als vrouwen in het Verzet hebben alles op het spel gezet, in alle geledingen van het Verzet, zowel ondersteunend als leidinggevend. Er staan weining foto's in het boek, maar op twee ervan staat een vrouwelijke districtsleider. Toch gaan alle voorbeelden die Anne de Vries noemt over vrouwen in het Verzet om ondersteunende functies, vooral koerieren. Geen enkele over de leidinggevende vrouwen. Toch jammer.
Aan het eind komt weer even een Huizinga zin, over het vaandel onbesmet tot in de overwinning gedragen. Nergens wordt echter vermeldt dat het Verzet de bevrijders geholpen heeft in hun strijd.

zondag 8 december 2013

Hoeveel is genoeg - Robert & Edward Skidelsky

Een boek met gedachtenover onze huidige economie dat iederen wel zou moeten lezen. Hun stelling is dat in de begintijd van de economische theorie, van Adam Smith en John Keynes, gingen de theoretici ervan uit dat er op een bepaalt moment genoeg zou zijn, niemand zou nog meer willen. Dan zouden we minder gaan werken en onze tijd inzetten voor zaken die er toe doen. Dat is er nooit van gekomen, omdat de kapitalistische theorie jouw waarde afzet tegen dat van een ander, en er is altijd een ander die meer heeft. Volgens Skidelsky moeten we terug naar het idee dat er soms genoeg is, en ons daarna inzetten voor een goed leven. Het boek gaat er over wat dan een goed leven is en welke waarden daarbij horen. Volgens Skildesky zijn dat gezondheid, geborgenheid, respect, persoonlijkheid, harmonie met de natuur, vriendschap en vrije tijd. Heel anders dan de dingen waar we voornamelijk naar streven als land, economische groei, het BBP, inkomen, doelmatigheid en flexibiliteit. Er staan allerlei interessante stellingen in waar je echt over kunt nadenken. Het zegt wel wat ik denk, en waar ik vind dat we als land heen moeten qua economisch gedachtengoed.
De oplossingen uiteiendelijk in het laatste deel van het boek, vond ik eigenlijk nogal tam. Ik zou ze zo invoeren hoor, basisinkomen, een belastingstelsel op uitgaven in plaats van inkomen, belasting op reclame, maar toch, het is na alles nogal gewoontjes. Ik zou zo verder gaan, het belasten van cookies bijvoorbeeld, waarbij de inkomsten daarvan direct over iedereen verdeeld worden. Per inwoner een obligatie in Nederland. Ik wacht ook nog steeds op mijn aandeel ABN-AMRO en SNS-bank.
Ik merk wel dat het tempo van de ontbijtboeken, in deze begon ik bijvoorbeeld 5 juli, zo traag is dat ik veel van wat ik in het begin heb gelezen aan het eind een beetje kwijt ben.

zondag 24 februari 2013

Dansen op de vulkaan - Floor de Goede

De hoofdmoot van Dansen op de vulkaan is een relatiecrisis tussen Flo en zijn vriend die het koosnaampje ‘Poep’ heeft meegekregen. Het begint nog allemaal goed als Flo met de dikke fotograaf Sander op reportage gaat naar de Eolische eilanden. Alles wat vreemd is boezemt hem angst in en hij verlangt terug naar Poep, die hij telkens probeert te bereiken, telefonisch of per sms. Pas als hij weer teruggaat kan hij de vreemde omgeving waarin hij verkeert waarderen. Bij thuiskomst wordt hij nog wel geteisterd door nachtmerries over vulkanen waar hij invalt, een motief dat op het eind van de roman terugkomt, maar in het begin een vooraankondiging is van de crisis die op punt van uitbarsten staat tussen Flo en zijn vriend. De relatieproblemen met al zijn facetten: heimelijke verlangens, jaloezie, achterdocht, afstand nemen, heimwee, het verdriet van een breuk overstemmen door anderee mensen te zoeken, nieuwe toenadering tot de oude geliefde en herwonnen vertrouwen: al die facetten komen langs in het boek.

Ik vond het een erg klein intiem en daardoor prachtige graphic novel. Het eerste deel speelt op Vulcano, waar ik vorig jaar ben geweest en wat op de plaatjes precies zo is als het daar was. Het andere eolische eiland wordt niet met name genoemd, maar is volgens mij Panarea. Deel 3 speelt in New York, op hetzelfde moment toen ik er was, toen de Eayafoloyukl, euh, die IJslandse vulkaan, uitbarste.
De manier van tekenen, let bijvoorbeeld eens op de dieren die in elk verhaal voorkomen, geven een extra dimensie aan het verhaal. De eerste zes bladzijden van het deel dat in Amsterdam speelt zijn volledig tekstloos, maar geven de afstand tussen Flo en Bas prachtig weer in al zijn kleinheid. Of let op de rode kopjes, of de tegeltjes in de keuken. Of het dansen in New York.

dinsdag 2 september 2014

Franklin - Tomas Lieske

Ik vond dit een heerlijk boek! In het begin is het taalgebruik overweldigend, maar dat is alleen het eerste hoofdstuk zo en past ook niet echt bij de rest van de stijl. Alsof de schrijver het hele boek al geschreven had en toen dacht 'Voor de eerste paar bladzijden ga ik even alles wat ik literair heb uit de kast trekken'.
Het is een van de meest bizarre boeken die ik gelezen heb en ik vond het helemaal geweldig. Alles, tot en met Den Haag, is karikaturaal. Nergens is er een vorm van werkelijkheid, niets zou ooit hebben kunnen gebeuren. Het is kijken hoe ver je kunt gaan met verbeelding en bizarre ideeën. Heerlijke waanzin.
Grappig; ik las dit met de muziek van de CD Minimalism van het Volhardingsorkest, wat ik erg goed vond passen bij het ritme van het boek, voordat ik bij de passage was waarin Franklin verteld over zijn liefde voor Yves en Reich, waarin in het boek zelfs twee ratjes worden genoemd.

zaterdag 22 juni 2013

Over schoonheid - Zadie Smith

Dit is een soort satire over zwarte middleclass in Boston. De karakters en situaties zijn soms op het karikaturale af. Dat zou kunnen werken denk ik, als ik één van de hoofdpersonen aardig had gevonden. Helaas vond ik ze allemaal iritant, omhooggevallen plebs. Zora met haar vier keer verschenen in de speakers corners van het universiteitsblad ('een record voor een tweedejaars'), Howard die alles gewoon niet mooi vindt, omdat het nu eenmaal een intelectueel hoger gedachtegoed is iets niet mooi te vinden, Levy, die zich voordoet als hiphopper, Victoria, met haar borsten vooruit en kont naar achteren. Ze hebben allemaal een soort schijnbare objectiviteit, vinden zichzelf en hun mening wel een enorme waarheid en enorm geweldig. Misschien dat ik Jerome wel aardig had gevonden, maar die komt in het verhaal niet echt naar voren. Uiteindelijk wordt het een chaos, waarbij alleen de deuren missen om het een klucht te laten worden.
Ik heb het wel uitgelezen uiteindelijk, want Zadie Smith schrijft mooie, vloeiende zinnen, die ik graag lees. Ondanks dat het in het heden afspeelt voelde ik in het begin gelijk de echo van Forster (op wiens boek Howards End dit boek geinspireerd is), in die zinnen. Ik waardeer Forster zeer om zijn zinnen. Van A room with a view heb ik ooit gezegd dat er geen enkele zin in staat die niet mooi is. Later werd de echo van Forster minder, misschien ook omdat ik me meer aan al die lui begon te ergeren. Nu vond ik Howards End zeker niet Forsters beste boek, en had ik daar ook moeite met de klasseverering door de peronages.
Op zich is een verhaal over black middle class interessant. Meestal gaan boeken over de zwarte struggle, de klassenstrijd, de onderkant, terwijl er inmiddels natuurlijk een grote groep middenklasse is, waaruit bijvoorbeeld Obama is gekomen. De manier waarop middle class black over de onderklasse praat in Over schoonheid laat zien dat de culturele scheidslijn veel meer bij geld ligt, dan bij kleur. Maar de manier waarop deze families willen laten zien dat zij omhoog zijn geklommen in de maatschappij, hun minachting voor ieder ander die een andere mening heeft, niet zo intelectueel is, minder makkelijk praat, minder hoog in de maatschappij staat, staat mij tegen.

vrijdag 11 januari 2013

Hersenschimmen - Bernlef

Buiten treedt de winter in, zoals de winter intreedt in de wereld van Maarten Klein. Die vreselijke winter, die zo lang duurt in het Noorden van de VS. Werd het maar lente, dan ging het beter, denkt hij.
Tijd en houvast zijn een luxe die verdwijnen in de ziekte die Maarten overvalt. "Kan het zelf wel, moeder." "Noem me geen moeder." "Hoe kom je erbij, Vera." In het begin kan Maarten er nog een voorstelling om zijn aftakelende geheugen te bouwen, hoewel zijn beeld niet de werkelijkheid is. Maar aan het eind verdwijnt ook het begrip en worden alle zinnen losse woorden. Het erge is nog dat Maarten Klein een heel aardige man lijkt. Een heel aardige man wiens wereld verdwijnt in de sneeuw.
Hersenschimmen lezen was voor mij een ontwrichtende ervaring. Door het vertelperspectief ontsnap je niet uit Maartens in elkaar stortende wereld. Onrustig word ik ervan, angstig. Terwijl het buiten donker wordt, voel ik mijn eigen houvast ook verdwijnen. Gedachten worden flarden zonder inhoud en betekenis. Wat overblijft is angst, alsof alles wat ik heb gezegd in een heel ander daglicht staat en iets heel anders heeft betekent.
Na het lezen moet ik een wandeling maken. Voelen dat de wereld er nog is, mijn houvast en tijd. Het is koud buiten, min vier. Het is nog lang geen lente.

zondag 12 november 2023

De patriarchen - Angela Saini

 

Hoewel wel een bibliografie is dit een non fictie boek zonder noten, waardoor je soms je afvraagt waar Angela Saini haar feiten vandaan haalt. Interessant vond ik de delen over het Oude Griekenland en het Oostblok, waar ik nu heel anders over denk. Er is een link met dit boek en Het begin van alles, waardoor je verdieping krijgt in je kennis!

vrijdag 26 mei 2023

Max, Mischa & het Tet-offensief - Johan Harstad

 

1230 bladzijden dik, dit boek. In ben er begin maar mee begonnen en heb het nu, 26 mei uit. Ik heb wel andere boeken tussendoor gelezen omdat ik dit gewicht niet mee wilde nemen op vakantie. 

Het verhaal begint in 1972 en eindigt zeker na 2012, dus het overspant mijn hele bewuste leven. 

In de binnenkant van de kaft staan alle posters van de tentoonstellingen van Mischa en de films van Mordechai, dat vond ik leuk bedacht.

Soms vind ik zo'n enorm boek ook gewoon wel te veel, alsof echt alles gezegd moet worden.