woensdag 15 april 2015

Dear white people - Justin Simien

Ik heb dit boek en twee tickets naar de film Dear white people gewonnen bij VPRO cinema. De film vond ik niet eens zozeer gaan over post racial America, maar meer over de zwarte cultuur en al haar subculturen en hoe zij omgaat met de overwegend blanke universiteitscultuur in de VS.Een film die ik overigens zag in een bioscoop met tien anderen volkomen blanke mensen. Waar was iedereen?! We zijn nu toch wel klaar met de volgende Keenan Yvory Wayans film hoop ik? (Ik weet het, dit is een generalisering)

Dit boekje is voor mij een dubbele cultuurshock, want behalve de black culture is het ook nog eens een boek over overwegend jongerencultuur, met zijn twitter, snapshat en intagram en Amerikaanse SBS6 tv shows die ik niet of slechts van naam ken. Om nog maar te zwijgen over Kayne West en twerking;  met beide heb ik helemaal niets. En de meeste rappers vind ik overdreven macho's met een enge fascinatie voor alles wat schittert en slechte rijm.
In essentie is dit boekje de Zwarte Piet discussie in de VS. Zwarte Piet is natuurlijk in essentie een blackface, en ik snap dat men daar in het buitenland al helemaal anders tegenaan kijkt dan hier. Misschien dat het diagram Should I wear a blackface nog verdieping kan brengen in deze volledig doorgeschoten discussie.

Hoe grappig dit boekje ook is op sommige momenten, ik voel toch ook een enorme treurigheid in hoe weinig we elkaar durven vertrouwen.

Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers - Rutger Bregman, Jesse Frederik

Dit boekje van de maand van de filosofie van 2015 bevat eigenlijk 5 essays, die een beetje aan elkaar verbonden worden aan het eind. Deel een gaat over hoe we de economie, die ooit een moraalfilosofie was, hebben veranderd in een systeem van formules. Deel 2 is een essay over hoe de moraal uit de politiek, en meer uit liberalisme, verdween. Waar er in de begintijd van het liberalisme een duidelijk standpunt was over hoe je inkomen verdiend was, en duidelijk was dat onverdiend inkomen moest worden tegengegaan, is mede door de formulisering van de economie de huidige liberale stelling dat het inkomen dat verdiend wordt gerechtvaardigd is, omdat dat nu eenmaal is wat de markt aangeeft.
Deel 3 gaat om de stelling van Keynes dat we in 2030 15 uur zouden werken per week. Integenstelling daartoe zijn we echter steeds harder gaan werken. Volgens het boek klopt de standaard verklaring dat we meer zijn gaan werken om meer spullen te kunnen kopen niet. 'Onze consumptieverslaving wordt grotendeels door Aziatische loonslaven en robots bevredigd.' Er is hierdoor ruimte ontstaan voor onzinbanen, waarin de meesten van ons zichzelf 30 tot 40 uur per week bevinden, communicatiemedewerker, marketingdeskundige, dat soort dingen.
In dit hoofdstuk staat ook het mooie verhaal van de bankenstaking in Ierland in 1970. Het bleek snel dat de staking hoegenamd geen invloed had op de maatschappij. De Ieren gingen een eigen bankensysteem bouwen, met de kroeg als middelpunt. Ze bleven gwoon cheques aan elkaar uitschrijven, en met die cheques konden ze weer dingen kopen. Alleen konden die cheques niet meer ingewisseld worden bij de bank, maa dat bleek ook helemaal niet nodig. Mind you, dit is bija 50 jaar geleden. Nu zouden we er niet meer mee wegkomen denk ik, de bank is als institutt te verankerd in ons dagelijkse doen. Neem alleen al pinnen.
Deel 4 gaat om dat dubbeltjes bijna nooit kwartjes worden. Onze sociale, klasse, mobiliteit is in wezen niet groter geworden sinds de middeleeuwen!Geen verheffing of emancipatie, maar stilstand. De stelling uit The son also rises van Gregory Clark is dat je sociale status genetisch, erfelijk is. Voor een familie aan de top duurt het tien tot 15 generaties voor hun status weer gemiddeld is. Dat is meer dan 1000 jaar!
Zelf denk ik niet zozeer dat het genetisch of erfelijk is, het is omgekeerd. Onze maatschappij is gebouwd op en door die rijke families van 1000 jaar geleden. Logischerwijs sijpeld het voordeel dat zij hadden nog steeds door. Onze economie is na 1800 verherbouwd tot een survival of the fittest maatschappij. Daardoor lijkt het dat sociale status genetisch of erfelijk is, maar is dit volgens mij in wezen een onderliggende structuur in de economische maatschappij die we hebben opgebouwd.
Deel 5 tenslotte gaat om ongelijkheid in de 21ste eeuw. Sinds de jaren 80- groeit overal de ongelijkheid, ook in Nederland. We moeten, is de coclusie van het boek, de economie weer meer beschouwen als een moraalfisolofie en moralistische vragen stellen: Wanneer hebben we recht op eigendom? Welke mate van ongelijkheid valt te rechtvaardigen?En welke rijkdom is echt verdiend?

donderdag 2 april 2015

De jongen die nooit heeft bestaan - Sjón

Wat weten wij eigenlijk van de geschiedenis van IJsland, behalve dat Erik de rode er een tussenstop had voor hij via Groenland naar Amerika voer? Niet veel. Dat de Spaanse griep er groots heeft huisgehouden wist ik bijvoorbeeld niet. Ook de zelfstandigheid van IJsland van Denemarken, een dag die in dit boek voorkomt, lees je niet in geschiedenisboeken van Europa.
De jongen die nooit heeft bestaan verbind verschillende historische thema's met elkaar, de vroege stille film, de uitbraak van Spaanse griep in IJsland en het einde van de Eerste Wereldoorlog, homoseksualiteit in zo'n kleine gemeenschap. De jongen in kwestie, Manni, leeft aan de rand van de maatschappij, observeert Reykjavik zonder er zelf deel van uit te maken, als wees, tot de Spaanse griep toeslaat en hij in de maatschappij komt te staan. Het boek krijgt dan ook meer glans, meer leven, dat vind ik knap gedaan. Aan het eind komt nog een historisch perspecief, het ontstaan van kunstenaarsgroepen in het interbellum.
In het begin vond ik de vervreemding wat moeilijk plaatsbaar in een historische roman, maar naarmate de roman vorderde, werd het steeds logischer. Door de Spaanse griep komen de werld van Manni en de echte wereld dichter bij elkaar.

zondag 29 maart 2015

Europe; A history - Norman Davies

Het volgende hoofdstuk uit dit boek gelezen, over de vernietiging van Europa, de 1e en 2e Wereldoorlog. Dit is het meest schokkende deel van de geschiedenis van Europa, en dan heb je de revolutie van Frankrijk al gehad. Het goede van dit geschiedenisboek is dat je ook in de tekst voelt dat dit de schokkende geschiedenis is van Europa. Misschien omdat het dichterbij is, en je daardoor meer voelt van deze oorlogen dan van laten we zeggen een oorlog uit de Middeleeuwen, maar toch, juist deze periode van de geschiedenis is doordrenkt met het bloed van onschuldigen en de teloorgang van enig moreel kompas. Dat de wereld nooit meer hetzelfde zal zijn.

De jidische politiebond - Michael Chabon

Wat een leuk verhaal met een hele andere wereld, waarin de 2e Wereldoorlog net anders is verlopen.

zaterdag 14 maart 2015

Spillover - David Quammen

Dit non-fictie boek gaat over zoonosis, het overgaan van ziektes van dier naar mens. Achtereenvolgens komen aan bod: Hendra, Ebola, Malaria (dat lang niet als zoonose werd gezien), Sars, diverse bacteriele infecties, zoals Q-koorts en de ziekte van Lyme, Nipah en uiteindelijk de gelukte zoonose HIV. Het boek eindigt met een stukje over infuenza, ook een zoönose en misschien wel de meest bedreigende.
De kritiek op dit boek dat het vooral over David Quammen gaat http://www.wsj.com/articles/SB10000872396390443686004577637970106904672, deel ik niet. Natuurlijk gaat het over David Quammen, hij is de verteller en inderdaad, hij is langs alle plekken gegaan om interviews af te nemen en hij heeft vleermuizen vastgehouden en over de Congo rivier gevaren, en zeker, dat maakt hem voor mij interessant. Maar nergens in het boek wordt vergeten om wie het echt gaat; de mensen die hij interviewt, vooral de onderzoekers die jarenlang veldonderzoek doen op de meest onherbergzame plaatsen om achter de oorzaken van ziekten te komen. Dat zijn er overigens maar weinig, bij HIV kom je bijvoorbeeld voortdurend dezelfde namen tegen, Hahn en Peeters, en verscheidene anderen komen bij verschillende infectieonderzoeken terug.
Misschien is het positieve van dit boek nog wel dat hoewel het erop lijkt dat zoönoses steeds vaker voorkomen, gelukte zoönoses heel beperkt zijn. Er is de influenza van 1918 en de HIV-infectie van de jaren 80. Bij beide kun je er niet omheen hoeveel toevalligheden het virus is tegengekomen om zich in mensen te kunnen handhaven. Had de influenza van 1918 zo'n grote inpact kunnen hebben zonder de Eerste Wereldoorlog? Je bent geneigt de vraag met nee te beantwoorden. HIV kwam in een voedingsbodem terecht, toen het in de jaren 40 van de vorige eeuw in Kinshasa (Leopoldville) aankwam. Net was de injectiespuit uitgevonden, en er was in die tijd een soort hype om ziekten met injecties, welke dan ook (er is bijvoorbeeld sprake van melkinjecties) te bestrijden. Dat injectiespuiten moeten worden gesteriliseerd , daar was nog maar in beperkte kring notie van. Later, toen in de jaren 60 HIV in Haiti belandde, was er net begonnen met plasmaferese, en ook nog niet duidelijk dat je die machines bij minder goed gebruik als tegenwoordig virussen konden doorgeven van patient naar patient. Zonder die twee toevalligheden zou HIV waarschijnlijk, en dit is mijn idee, niet Quammens, niet zo'n grote pandemie zijn geworden, en wellicht gewoon zijn uitgedoofd, zoals tot nu toe alle Ebola-uitbraken hebben gedaan, zoals SARS en Hendra en Nipah. Waarbij we natuurlijk niet moeten vergeten dat al deze ziekten gewoon in hun dieren reservoir zitten tot een nieuwe spillover, waarbij de gevolgen door omstandigheden voor het virus veel gunstiger kunnen uitpakken.
Ik vond het echt een geweldig boek, net als Het lied van de Dodo dat ik eerder van hem heb gelezen, en vind dat iedereen die boek zou moeten lezen.

Hendra is een RNA virus, dat vanuit vleermuizen (vliegende honden) in Australië, via paarden in een aantal mensen is terechtgekomen, die dicht in contact met de paarden stonden. De paarden waren een zogenaamd reservoir, waarin de virussen zich in zulke aantallen kunnen vermeerderen dat ze ook voor mensen gevaarlijk zijn. Nipah is een broertje van Hendra, gevonden in vliegende honden in Maleisië, waar varkens reservoir zijn, en in Bangladesh, waar verspreiding ging via het sap van een palmboom dat zowel vleerhonden als mensen dronken.
Ebola is ook een RNA virus. Wat ik niet wist was dat er verschillende Ebola's zijn, vijf, die verschillend virulent zijn. Marburg is een broertje van Ebola. Veel is nog onbekend over Ebola. Men vermoed dat het ook een vleermuisvirus is, maar hoewel anitlichamen in vleermuizen zijn gevonden, is het virus zelf nog niet aangetoond.
Virussen vinden is notoir moeilijk, heb ik begrepen. Het moet of indirect, via antilichamen, of het op kweek zetten in de hoop dat je ze ziet door de schade die ze aanrichten, of via een electronenmicroscoop, waarmee je de virussen dan dood.
Malaria is geen virus, maar een protist. Een protist is een eencellige, zonder celkern. Het werd lange tijd niet gezien als zoönose. Het wordt verspreid via een vlieg, dat wel, maar er werd vanuit gegaan dat de protist die malaria in mensen veroorzaakt geen malaria in dieren veroorzaakt, en dierenmalaria niet door protisten die in mensen kunnen gedeiën. Dit blijkt niet waar, ook in de huidige tijd vind er overdracht van malaria plaats van makaken in Maleisië naar mensen.
De ontwikkeling van de protist van malaria heeft diverse stadia, en is hopeloos ingewikkeld. De protist die door de vlieg wordt overgebracht nestelt zich in de lever (of was het nou de nieren? Ik dacht toch echt de lever). In een volgend stadium, aseksueel, komt zij uit de lever en vermeerder zich in het bloed. In een derde stadium vermederen deze zich in de rode bloedcellen zelf, die opblazen tot ze barsten en een enorme hoeveel nieuwe malariaprotisten uitscheidt in het bloed. Dan is er een sexueel stadium waarbij ze zich scheiden in mannetjes en vrouwtjes. Deze worden door een nieuwe hongerige mug opgezogen, waarna ze zich in de mug samensmelten tot de protist die dan weer door de mug in een ander mens wordt achtergelaten voor een nieuwe ronde. Dit is althans mijn begrip ervan, dat vast vreselijk veel gaten van onkunde bevat.
SARS dan, is wel weer een virus, waar we met de uitbraak ontzettend veel geluk hebben gehad. Het komt voor in vleermuizen (again) en wordt via allerlei dieren op markten in China en Vietnam naar de mens overgebracht. Het is enorm besmettelijk, maar de patiënt wordt eerst ziek voor ze besmettelijk is. In tegenstelling tot bijvoorbeeld griep, waar de patiënt eerst besmettelijk is en dan pas ziek wordt. Dit was een gelukje, want mensen zijn veel voorzichtiger met mensen die al ziek zijn. Ditzelfde geldt min of meer ook voor bijvoorbeeld Ebola. De landen waar SARS uitbrak, Hong Kong, Singapore, zijn enorm schoon en hechten aan hevige maatregelen en boetes om het schoon te houden; neem de 300 dollar boeten voor het spugen van kauwgom. Juist maatregelen daar kwamen in een voedingsbodem waar mensen zich er aan hielden, omdat ze dat gewend waren. En de landen zelf waren wel gewend drastische maatregelen te nemen. Hoewel Quammen zelf een ander idee heeft, en de verkoop van wilde dieren in China nu niet meer op markten zelf, maar onder de toonbank plaatsvindt (net als de verkoop van chimpanseevlees in Congo), kreeg ik uit de beschrijvingen van Quammen wel het idee dat de markten na de SARS uitbraak door maatregelen in China zelf hygiënischer waren, en minder vatbaar voor een uitbraak.
Q-koorts, waardoor het boek een zijstapje neemt naar de uitbraak hier in Nederland, in Utrecht zelfs, uit ik meen 2007, en de ziekte van Lyme zijn bacteriën (bacteriën zijn eencelligen met een celkern). Maar wel speciale bacteriën, die niet reageren op antibiotica. Q-koortsbacteriën kunnen zich buiten het lichaam van de geit handhaven in het milieu, en zo via de wind verspreid worden, als een soort spore.
HIV, zie ook boven, is waarschijnlijk al begin 1900 overgesprongen van dier, de chimpansee, op mens, en via via verspreid langs de Congorivier tot het Leopoldville, Kinshaha dus, bereikte. er is ook en tweede HIV, dat is overgsprongen van apen naar mensen, en minder heftig dodelijk is, en zich verspreid heeft in Oostelijk Afrika.
Een stukje over influenza dat ik nog wil bewaren om later me te herinneren is dat de naamgeving van deze virussen, H5N1, H1N1, etc, te maken heeft met de twee eiwitten waarvan de buitenste schil is opgebouwd. Er zijn 19 vormen van H en 9 van N. Ook influenza is een RNA virus. Zoals menigeen wel weet verandert het griepvirus jaarlijks. Daarom moet je ieder jaar je laten vaccineren als je dat wilt. Dit komt omdat het RNA van het griepvirus bestaat uit 8 delen, die makkelijk loslaten en vervangen kunnen worden. Combineren van verschillend virusmateriaal is voor een griepvirus dus makkelijk.
Hoe komt het dat zoönoses steeds vaker voorkomen? We zijn natuurlijk met steeds meer mensen, 7 miljard inmiddels. Maar dat is niet het hele verhaal. We zijn de laatste jaren, zeker met de uitvinding van de PC en mobiele telefoon, steeds meer in ondoorgrondelijke oerwouden getrokken, op zoek naar delfstoffen. Hierdoor zijn spillovers logischer. De grootschalige landbouw zorgt voor steeds kleinere leefgebieden voor dieren, gebieden die ook steeds verder uit elkaar liggen. Vleermuizen bijvoorbeeld, zijn hierdoor naar stedelijk, menselijk, gebied getrokken, waar ze zich goed kunnen handhaven. Contact tussen dieren en mensen is juist daardoor dus steeds veelvuldiger geworden, is nu de theorie achter de recente uitbraken van vleermuiszoönoses. Grootschalige landbouw brengt nog een eigenschap met zich mee. Landbouw wordt steeds economischer en daardoor steeds eenvormiger, want economen houden niet van veranderingen die ze niet kunnen beheersen. Als een infectie eenmaal in een dier zich kan handhaven, vindt het nu duizenden dieren, opeengepakt om zich heen, die allemaal, economisch, dus hetzelfde, dezelfde vatbaarheid hebben voor de infectie. Een virushemel, zeg maar.

Een aantal mislukte leespogingen