De stad aan de rand van de hemel is natuurlijk Istanbul, in de tijd van de Otomanen, omstreeks 1600. Waar ik vond dat de moslimcultuur van die tijd in De geograaf van de paus van Amin Maalouf, ook een historische roman, die iets eerder speelt, omstreeks 1550, prachtig en werkelijk geportretteerd werd, doet Istanbul in De stad aan de rand van de hemel aan als een sprookje uit Duizend en een nacht. Heel veel hoofdstukken beginnen ook als een sprookje: 'Op een dag ging Jahan...' etcetera. Dat sommige figuren uit de roman, Sinan de architect bijvoorbeeld, gebaseerd zijn op ware personen, en ook de prinses Mihrimah waar heeft bestaan, en hun leven binnen de grenzen van historische fictie wordt verteld, heb ik in de roman nooit gevoeld.
Ik dacht eerst dat het aan de vertaling zou kunnen liggen, maar de vertalers hebben ook ander werk van Elif Shaf vertaald wat wel heel interessant is, en mooi geschreven. Misschien is het dat dit boek in het Engels is geschreven, toch Shafaks tweede taal. Op zich is het heel nobel en interessant om een hele roman te schrijven in een taal die niet je geboortetaal is, maar misschien doet de taal stylistisch daarom eenvoudig aan. Zelf zegt Shafak in een Interview dat schrijven in het Engels haar dichter bij Istanbul brengt dan schrijven in het Turks. Ik ben het hier niet mee eens.
En misschien is het gewoon ik; de roman krijgt hele goede reviews in the Guardian en the NY Times en is longlisted voor een history novel prijs. Voor mij was en bleef het echter een romantisch sprookje, helaas.
maandag 22 juni 2015
donderdag 4 juni 2015
Petropolis - Anya Ulinich
Dit boek staat al heel lang op mijn boekenplank. Ik heb het gepakt omdat ik ziek werd en iets wilde hebben dat lekker las en niet te ingewikkeld geschreven was, zodat ik het ook kon lezen met mijn hoofd vol mucus. Daar was dit boek erg geschikt voor. Het las inderdaad lekker weg en was niet te moeilijk. Het is precies wat je van een imigrantenboek verwacht. Pas helemaal aan het einde, als Sasjas moeder zich in haar bibliotheek opsluit om daar te sterven, wordt het boek iets anders, literairder. Daar wordt dit opgroei en imigrantenverhaal een roman.
The Twyborn affair - Patrick White
Ik heb dit boek vorig jaar gekocht in Readings in Melbourne, de favoriete boekwinkel van mijn B&B hostes. Het verhaal is in drie delen. Ik heb het eerste deel gelezen en vond de tounge in cheeck humor van de lesbische Australische dame in Frankrijk wel grappig, maar de in zichzelfgekeerde zoektocht van de biseksuele trangender hoofdpersoon heel erg naar. In het tweede deel gaat de hoofdpersoon na de eerste Wereldoorlog terug naar zijn ouders in Australië. Een heel deel over vaderissues, dat werd me wat te veel. Bovendien werd ik ziek, en wilde ik luchtiger leeswerk, dus heb ik het na een deel weggelegd.
zondag 24 mei 2015
Stralende dagen - Michael Cunningham
Geheel per ongeluk had ik zowel het orgineel als de vertaling in mijn boekenkast staan. Laten we wel zijn, als je de twee boeken ziet, heb je toch geen idee dat dat hetzelfde boek is? Ik heb uiteindelijk de vertaling gelezen, omdat die al heel lang in mijn kast staat, en ik die al heel lang graag wilde lezen.
Stralende dagen zijn eigenlijk drie losstaande verhalen, die op een paar punten met elkaar verbonden worden. Zo heten de hoofdpersonen in alle verhalen hetzelfde, spelen ze alleen in New York en zijn er een paar spullen die in alle verhalen een kleine rol spelen, zoals een witte porseleinen kom. De drie verhalen zijn opgehangen aan het gedicht Leaves of grass van Walt Whitman, zoals zijn eerde boek De uren is opgehangen aan Mrs Dalloway.
De drie verhalen zijn post 11 september verhalen, waarbij ze nu net niet gaan over
11 september. Toch krijg je bij alle drie verhalen het gevoel dat het over de wereldna de aanslagen van 11 september gaat. De verhalen gaan over Wat het is Amerikaan te zijn, Wat het is mens te zijn. Dat zijn juist de vragen die door de aanslag op het World Trade Center opgeworpen zijn. Wat betekent het Amerikaan te zijn? Wat zijn de huidige steden, wat is de frontier, wat betekent de vrijheid om de frontier op te zoeken? Wat betekent de dood, wat is leven? Ook Walt Whitman gaat daar over, en in die zin klopt het wel om het gedicht in het verhaal te verwerken.
Alle drie de verhalen gaan over zoeken naar jezelf, het kwijtraken van jezelf, het kwijtraken van je geloof in mensen, zoals iedereen wat is kwijtgeraakt door de aanslagen van 11 september.
Het eerste verhaal is het mooist literair verbeeld, het is een 19e eeuws spookverhaal spookverhaal. Het tweede verhaal is een soort Homeland in het huidige tijdsgewricht en het laatste deel is een literair SF verhaal over Amerika in de toekomst.
Ik vond het eerste verhaal geweldig, de twee andere verhalen vond ik qua schrijfstijl wat minder interessant, maar gaan wel ergens over. Het idee dat in het laatste verhaal geopperd wordt, en in het hele gedicht van Walt Whitman mee doorspekt is dat we allen een zijn in de dood, We worden geresorbeerd in het heelal, gaan op in het mechanisme van het universum vind ik erg mooi, en had ik nog nooit zo verwoord gezien.
In reviews die ik na het lezen van het boek heb ingezien merk ik hoe er nog tegen SF aangekeken wordt in de literaire wereld. Steeds meer schrijvers gaan zich er aan wagen omdat het heel interessant is, maar recensisten zien het toch nog als een pulpgenre, waarin je eigenlijk niet mag schrijven, zeker niet als lieraire schrijver. Ik heb jarenlang SF gelezen, en voor mij voelt het dus absoluut niet zo, het is voor mij een herinneringstocht.
Tenslotte dan nog het stuk uit Leaves of Grass wat ik erg mooi vond:
Stralende dagen zijn eigenlijk drie losstaande verhalen, die op een paar punten met elkaar verbonden worden. Zo heten de hoofdpersonen in alle verhalen hetzelfde, spelen ze alleen in New York en zijn er een paar spullen die in alle verhalen een kleine rol spelen, zoals een witte porseleinen kom. De drie verhalen zijn opgehangen aan het gedicht Leaves of grass van Walt Whitman, zoals zijn eerde boek De uren is opgehangen aan Mrs Dalloway.
De drie verhalen zijn post 11 september verhalen, waarbij ze nu net niet gaan over
11 september. Toch krijg je bij alle drie verhalen het gevoel dat het over de wereldna de aanslagen van 11 september gaat. De verhalen gaan over Wat het is Amerikaan te zijn, Wat het is mens te zijn. Dat zijn juist de vragen die door de aanslag op het World Trade Center opgeworpen zijn. Wat betekent het Amerikaan te zijn? Wat zijn de huidige steden, wat is de frontier, wat betekent de vrijheid om de frontier op te zoeken? Wat betekent de dood, wat is leven? Ook Walt Whitman gaat daar over, en in die zin klopt het wel om het gedicht in het verhaal te verwerken.
Alle drie de verhalen gaan over zoeken naar jezelf, het kwijtraken van jezelf, het kwijtraken van je geloof in mensen, zoals iedereen wat is kwijtgeraakt door de aanslagen van 11 september.
Het eerste verhaal is het mooist literair verbeeld, het is een 19e eeuws spookverhaal spookverhaal. Het tweede verhaal is een soort Homeland in het huidige tijdsgewricht en het laatste deel is een literair SF verhaal over Amerika in de toekomst.
Ik vond het eerste verhaal geweldig, de twee andere verhalen vond ik qua schrijfstijl wat minder interessant, maar gaan wel ergens over. Het idee dat in het laatste verhaal geopperd wordt, en in het hele gedicht van Walt Whitman mee doorspekt is dat we allen een zijn in de dood, We worden geresorbeerd in het heelal, gaan op in het mechanisme van het universum vind ik erg mooi, en had ik nog nooit zo verwoord gezien.
In reviews die ik na het lezen van het boek heb ingezien merk ik hoe er nog tegen SF aangekeken wordt in de literaire wereld. Steeds meer schrijvers gaan zich er aan wagen omdat het heel interessant is, maar recensisten zien het toch nog als een pulpgenre, waarin je eigenlijk niet mag schrijven, zeker niet als lieraire schrijver. Ik heb jarenlang SF gelezen, en voor mij voelt het dus absoluut niet zo, het is voor mij een herinneringstocht.
Tenslotte dan nog het stuk uit Leaves of Grass wat ik erg mooi vond:
The beards of the young men glisten'd with wet, it ran from teir long hair,
Little streams pass'd all over their bodies.
An unseen hand also pass'd over their bodies,
It descended trembingly from their temples and ribs
dinsdag 12 mei 2015
De illegale werker - Anne de Vries
Een vriendin heeft dit boekje gekregen op school voor geschiedenis en gaf het aan mij om te crossen. Ik heb het nu eerst zelf gelezen, tijdens deze 4 en 5 mei periode. Het aardige ervan vind ik dat het geschreven is toen de oorlog net afgelopen was. Geschiedenisboeken van nu zijn op afstand, reflecterend, omdat wij, de lezers, en ook de onderzoekers, de schrijvers, inmiddels op afstand zijn. Toen dit boekje werd geschreven kon je de Tweede Wereldoorlog amper geschiedenis noemen.
Het boekje doet aan als een lezing voor verzetstrijders, een soort terugblik om een jaarlijkse bijeenkomst. Het is dan ook eerder verschenen in het gedenkboek van de illegaliteit uit 1952. Veel verhalen van verzetsstrijders uit eerste hand, verteld aan mensen die het weten, die bij alle beschrijvingen herinneringen ophalen.
Je moet je wel door wat Huizinga-achtige propere-Nederlander-zinnen heenwerken in het begin. Ik vind ook dat Anne de Vries het geloof teveel als kenmerkend beschouwd voor de illegaliteit. Daarmee doet hij onrecht aan al die mensen, communisten, havenarbeiders, die zich verzetten zonder geloof.
Het boek laat goed zien dat de (weinige) verzetslieden in Nederland uit alle geledingen van de maatschappij kwamen.
En toen zag men gebeuren dat meerdere mensen die voorop hadden gestaan toen er nog geen gevaar dreigde, zich terugtrokken [...] Dat anderen, die zich om den brode niet konden terugtrekken, bv ambtenaren, tot een compromis en telkens vernederender compromis bereid waren. Hun plaatsen werden langzamerhand ingenomen door anderen, en het is opvallend dat onder de laatsten zoveel kleine, bescheiden, onopvallende mensen waren, mannen die tot nu toe in de achterste gelederen hadden gestaan en die nu een moed en een onverzettelijkheid aan de dag legden, waarvan zij zich zelf nimmer bewust waren geweest.
Mannen. Tijdens het lezen was er een soort korte nieuwsdiscussie over vrouwen in het verzet, en dat daar meer aandacht voor moest zijn. Dit boekje heeft een heel hoofdstuk over vrouwen in het verzet. Anne de Vries begint met de opmerking dat Het verzet mannen en vrouwen waren, in dezelfde moed, vindingrijkheid en initiatief. Zowel mannen als vrouwen in het Verzet hebben alles op het spel gezet, in alle geledingen van het Verzet, zowel ondersteunend als leidinggevend. Er staan weining foto's in het boek, maar op twee ervan staat een vrouwelijke districtsleider. Toch gaan alle voorbeelden die Anne de Vries noemt over vrouwen in het Verzet om ondersteunende functies, vooral koerieren. Geen enkele over de leidinggevende vrouwen. Toch jammer.
Aan het eind komt weer even een Huizinga zin, over het vaandel onbesmet tot in de overwinning gedragen. Nergens wordt echter vermeldt dat het Verzet de bevrijders geholpen heeft in hun strijd.
Het boekje doet aan als een lezing voor verzetstrijders, een soort terugblik om een jaarlijkse bijeenkomst. Het is dan ook eerder verschenen in het gedenkboek van de illegaliteit uit 1952. Veel verhalen van verzetsstrijders uit eerste hand, verteld aan mensen die het weten, die bij alle beschrijvingen herinneringen ophalen.
Je moet je wel door wat Huizinga-achtige propere-Nederlander-zinnen heenwerken in het begin. Ik vind ook dat Anne de Vries het geloof teveel als kenmerkend beschouwd voor de illegaliteit. Daarmee doet hij onrecht aan al die mensen, communisten, havenarbeiders, die zich verzetten zonder geloof.
Het boek laat goed zien dat de (weinige) verzetslieden in Nederland uit alle geledingen van de maatschappij kwamen.
En toen zag men gebeuren dat meerdere mensen die voorop hadden gestaan toen er nog geen gevaar dreigde, zich terugtrokken [...] Dat anderen, die zich om den brode niet konden terugtrekken, bv ambtenaren, tot een compromis en telkens vernederender compromis bereid waren. Hun plaatsen werden langzamerhand ingenomen door anderen, en het is opvallend dat onder de laatsten zoveel kleine, bescheiden, onopvallende mensen waren, mannen die tot nu toe in de achterste gelederen hadden gestaan en die nu een moed en een onverzettelijkheid aan de dag legden, waarvan zij zich zelf nimmer bewust waren geweest.
Mannen. Tijdens het lezen was er een soort korte nieuwsdiscussie over vrouwen in het verzet, en dat daar meer aandacht voor moest zijn. Dit boekje heeft een heel hoofdstuk over vrouwen in het verzet. Anne de Vries begint met de opmerking dat Het verzet mannen en vrouwen waren, in dezelfde moed, vindingrijkheid en initiatief. Zowel mannen als vrouwen in het Verzet hebben alles op het spel gezet, in alle geledingen van het Verzet, zowel ondersteunend als leidinggevend. Er staan weining foto's in het boek, maar op twee ervan staat een vrouwelijke districtsleider. Toch gaan alle voorbeelden die Anne de Vries noemt over vrouwen in het Verzet om ondersteunende functies, vooral koerieren. Geen enkele over de leidinggevende vrouwen. Toch jammer.
Aan het eind komt weer even een Huizinga zin, over het vaandel onbesmet tot in de overwinning gedragen. Nergens wordt echter vermeldt dat het Verzet de bevrijders geholpen heeft in hun strijd.
vrijdag 8 mei 2015
Bloedrechters - Petros Markaris
Bloedrechters zijn de terroristen die een boot kapen en de groep die willekeurige reclamemakers liquideren. Maar ook de agenten en beulen van de Griekse dictatuur, die pas, dat vergeten wij snel, in de jaren zeventig is gestopt.
maandag 27 april 2015
De vegetariër - Han Kang
Het gevoel overviel haar dat ze nooit echt in deze wereld had geleefd. Het was een feit. Ze had nooit geleefd. Zelfs als kind had ze, zover terug als ze zich kon herinneren, alleen maar alles verdragen. Ze had geloofd in haar eigen, aangeboren goedheid, haar menselijkheid, en ernaar geleefd zonder anderen te benadelen. Haar toewijding om alles op de juiste manier te doen was nooit verflauwd, haar hele welslagen was ervan afhankelijk, en zo zou ze eindeloos doorgegaan zijn.
De openingszin van dit boek is zoals ik ze zelf graag schrijf: Voordat mijn vrouw vegetariër werd, had ik haar in allke opzichten altijd volstrekt oninteressant gevonden. Yeong-hye is de vrouw die oninteressant werd gevonden en vegetariër werd. Daarmee zet ze zichzelf buiten de maatschappij, en wordt ze zichzelf, onvoorwaardelijk, puur. Haar verhaal lees je door de ogen van drie andere personen, die ook op zoek zijn naar zichzelf, maar niet de onvoorwaardelijkheid aan de dag willen leggen als Yeong-Hey. Vanaf het moment dat Yeong-hye vegetariër wordt desintegreerd haar familie. Haar besluit is zo ontregelend voor haar man, die zich het liefst aan alle conventies houdt, en Korea heeft er veel!, dat het hem niet lukt met haar samen te wonen. Hij schakelt haar familie in om Yeong-Hye tot rede te brengen; immers, je familie wil je niet tot schande brengen. De scene die volgt is verbijsterend.
De man van haar zus, videokunstenaar, wil op zijn eigen manier uit de conventies stappen en raakt geobsedeerd door zijn schoonzus, met wie hij een obsessieve, erotisch geladen video wil maken. Dit deel heeft prachtige beelden en vooral kleuren.
In het derde deel is Yeon-Hye's zus In-hye aan het woord, die het gevoel heeft nooit echt te hebben geleefd. Iedereen lijkt in deze roman alleen maar te kunnen leven in hun dromen. Buiten de dromen zijn de conventies en verwachtingen van de (Koreaanse) maatschappij zo drukkend, dat je er niet aan kunt ontsnappen. De verhouding tussen systeem en individu, conventie en passie, verwachtingspatronen en dromen zijn bij Han Kang belkemmend scherp. Het gaat eigenlijk om het vinden van je vrijeheid, maar een andere vrijheid dan wij allen kunnen bevatten. vrijheid leidt tot onsporing. Yeong-hye gelooft uiteindelijk dat zij helemaal geen eten meer nodig heeft, alleen nog water, omdat ze in wezen een boom is. Dat derde deel is prachtig.
De vegetariër is sensueel, uitdagend, vernederend, met verontrustende vragen. Een verhaal waar je je voortdurend tegen schrap wilt zetten.
De openingszin van dit boek is zoals ik ze zelf graag schrijf: Voordat mijn vrouw vegetariër werd, had ik haar in allke opzichten altijd volstrekt oninteressant gevonden. Yeong-hye is de vrouw die oninteressant werd gevonden en vegetariër werd. Daarmee zet ze zichzelf buiten de maatschappij, en wordt ze zichzelf, onvoorwaardelijk, puur. Haar verhaal lees je door de ogen van drie andere personen, die ook op zoek zijn naar zichzelf, maar niet de onvoorwaardelijkheid aan de dag willen leggen als Yeong-Hey. Vanaf het moment dat Yeong-hye vegetariër wordt desintegreerd haar familie. Haar besluit is zo ontregelend voor haar man, die zich het liefst aan alle conventies houdt, en Korea heeft er veel!, dat het hem niet lukt met haar samen te wonen. Hij schakelt haar familie in om Yeong-Hye tot rede te brengen; immers, je familie wil je niet tot schande brengen. De scene die volgt is verbijsterend.
De man van haar zus, videokunstenaar, wil op zijn eigen manier uit de conventies stappen en raakt geobsedeerd door zijn schoonzus, met wie hij een obsessieve, erotisch geladen video wil maken. Dit deel heeft prachtige beelden en vooral kleuren.
In het derde deel is Yeon-Hye's zus In-hye aan het woord, die het gevoel heeft nooit echt te hebben geleefd. Iedereen lijkt in deze roman alleen maar te kunnen leven in hun dromen. Buiten de dromen zijn de conventies en verwachtingen van de (Koreaanse) maatschappij zo drukkend, dat je er niet aan kunt ontsnappen. De verhouding tussen systeem en individu, conventie en passie, verwachtingspatronen en dromen zijn bij Han Kang belkemmend scherp. Het gaat eigenlijk om het vinden van je vrijeheid, maar een andere vrijheid dan wij allen kunnen bevatten. vrijheid leidt tot onsporing. Yeong-hye gelooft uiteindelijk dat zij helemaal geen eten meer nodig heeft, alleen nog water, omdat ze in wezen een boom is. Dat derde deel is prachtig.
De vegetariër is sensueel, uitdagend, vernederend, met verontrustende vragen. Een verhaal waar je je voortdurend tegen schrap wilt zetten.
Abonneren op:
Posts (Atom)







