zondag 24 mei 2015

Stralende dagen - Michael Cunningham

 Geheel per ongeluk had ik zowel het orgineel als de vertaling in mijn boekenkast staan. Laten we wel zijn, als je de twee boeken ziet, heb je toch geen idee dat dat hetzelfde boek is? Ik heb uiteindelijk de vertaling gelezen, omdat die al heel lang in mijn kast staat, en ik die al heel lang graag wilde lezen.
Stralende dagen zijn eigenlijk drie losstaande verhalen, die op een paar punten met elkaar verbonden worden. Zo heten de hoofdpersonen in alle verhalen hetzelfde, spelen ze alleen in New York en zijn er een paar spullen die in alle verhalen een kleine rol spelen, zoals een witte porseleinen kom. De drie verhalen zijn opgehangen aan het gedicht Leaves of grass van Walt Whitman, zoals zijn eerde boek De uren is opgehangen aan Mrs Dalloway.


De drie verhalen zijn post 11 september verhalen, waarbij ze nu net niet gaan over
11 september. Toch krijg je bij alle drie verhalen het gevoel dat het over de wereldna de aanslagen van 11 september gaat. De verhalen gaan over Wat het is Amerikaan te zijn, Wat het is mens te zijn. Dat zijn juist de vragen die door de aanslag op het World Trade Center opgeworpen zijn. Wat betekent het Amerikaan te zijn? Wat zijn de huidige steden, wat is de frontier, wat betekent de vrijheid om de frontier op te zoeken? Wat betekent de dood, wat is leven? Ook Walt Whitman gaat daar over, en in die zin klopt het wel om het gedicht in het verhaal te verwerken.
Alle drie de verhalen gaan over zoeken naar jezelf, het kwijtraken van jezelf, het kwijtraken van je geloof in mensen, zoals iedereen wat is kwijtgeraakt door de aanslagen van 11 september.
Het eerste verhaal is het mooist literair verbeeld, het is een 19e eeuws spookverhaal spookverhaal. Het tweede verhaal is een soort Homeland in het huidige tijdsgewricht en het laatste deel is een literair SF verhaal over Amerika in de toekomst.
Ik vond het eerste verhaal geweldig, de twee andere verhalen vond ik qua schrijfstijl wat minder interessant, maar gaan wel ergens over. Het idee dat in het laatste verhaal geopperd wordt, en in het hele gedicht van Walt Whitman mee doorspekt is dat we allen een zijn in de dood, We worden geresorbeerd in het heelal, gaan op in het mechanisme van het universum vind ik erg mooi, en had ik nog nooit zo verwoord gezien.
In reviews die ik na het lezen van het boek heb ingezien merk ik hoe er nog tegen SF aangekeken wordt in de literaire wereld. Steeds meer schrijvers gaan zich er aan wagen omdat het heel interessant is, maar recensisten zien het toch nog als een pulpgenre, waarin je eigenlijk niet mag schrijven, zeker niet als lieraire schrijver. Ik heb jarenlang SF gelezen, en voor mij voelt het dus absoluut niet zo, het is voor mij een herinneringstocht.
Tenslotte dan nog het stuk uit Leaves of Grass wat ik erg mooi vond:

The beards of the young men glisten'd with wet, it ran from teir long hair,
Little streams pass'd all over their bodies.
An unseen hand also pass'd over their bodies,
It descended trembingly from their temples and ribs

dinsdag 12 mei 2015

De illegale werker - Anne de Vries

Een vriendin heeft dit boekje gekregen op school voor geschiedenis en gaf het aan mij om te crossen. Ik heb het nu eerst zelf gelezen, tijdens deze 4 en 5 mei periode. Het aardige ervan vind ik dat het geschreven is toen de oorlog net afgelopen was. Geschiedenisboeken van nu zijn op afstand, reflecterend, omdat wij, de lezers, en ook de onderzoekers, de schrijvers, inmiddels op afstand zijn. Toen dit boekje werd geschreven kon je de Tweede Wereldoorlog amper geschiedenis noemen.
Het boekje doet aan als een lezing voor verzetstrijders, een soort terugblik om een jaarlijkse bijeenkomst. Het is dan ook eerder verschenen in het gedenkboek van de illegaliteit uit 1952. Veel verhalen van verzetsstrijders uit eerste hand, verteld aan mensen die het weten, die bij alle beschrijvingen herinneringen ophalen.
Je moet je wel door wat Huizinga-achtige propere-Nederlander-zinnen heenwerken in het begin. Ik vind ook dat Anne de Vries het geloof teveel als kenmerkend beschouwd voor de illegaliteit. Daarmee doet hij onrecht aan al die mensen, communisten, havenarbeiders, die zich verzetten zonder geloof.
Het boek laat goed zien dat de (weinige) verzetslieden in Nederland uit alle geledingen van de maatschappij kwamen.
En toen zag men gebeuren dat meerdere mensen die voorop hadden gestaan toen er nog geen gevaar dreigde, zich terugtrokken [...] Dat anderen, die zich om den brode niet konden terugtrekken, bv ambtenaren, tot een compromis en telkens vernederender compromis bereid waren. Hun plaatsen werden langzamerhand ingenomen door anderen, en het is opvallend dat onder de laatsten zoveel kleine, bescheiden, onopvallende mensen waren, mannen die tot nu toe in de achterste gelederen hadden gestaan en die nu een moed en een onverzettelijkheid aan de dag legden, waarvan zij zich zelf nimmer bewust waren geweest.
Mannen. Tijdens het lezen was er een soort korte nieuwsdiscussie over vrouwen in het verzet, en dat daar meer aandacht voor moest zijn. Dit boekje heeft een heel hoofdstuk over vrouwen in het verzet. Anne de Vries begint met de opmerking dat Het verzet mannen en vrouwen waren, in dezelfde moed, vindingrijkheid en initiatief. Zowel mannen als vrouwen in het Verzet hebben alles op het spel gezet, in alle geledingen van het Verzet, zowel ondersteunend als leidinggevend. Er staan weining foto's in het boek, maar op twee ervan staat een vrouwelijke districtsleider. Toch gaan alle voorbeelden die Anne de Vries noemt over vrouwen in het Verzet om ondersteunende functies, vooral koerieren. Geen enkele over de leidinggevende vrouwen. Toch jammer.
Aan het eind komt weer even een Huizinga zin, over het vaandel onbesmet tot in de overwinning gedragen. Nergens wordt echter vermeldt dat het Verzet de bevrijders geholpen heeft in hun strijd.

vrijdag 8 mei 2015

Bloedrechters - Petros Markaris

Bloedrechters zijn de terroristen die een boot kapen en de groep die willekeurige reclamemakers liquideren. Maar ook de agenten en beulen van de Griekse dictatuur, die pas, dat vergeten wij snel, in de jaren zeventig is gestopt.

maandag 27 april 2015

De vegetariër - Han Kang

Het gevoel overviel haar dat ze nooit echt in deze wereld had geleefd. Het was een feit. Ze had nooit geleefd. Zelfs als kind had ze, zover terug als ze zich kon herinneren, alleen maar alles verdragen. Ze had geloofd in haar eigen, aangeboren goedheid, haar menselijkheid, en ernaar geleefd zonder anderen te benadelen. Haar toewijding om alles op de juiste manier te doen was nooit verflauwd, haar hele welslagen was ervan afhankelijk, en zo zou ze eindeloos doorgegaan zijn.

De openingszin van dit boek is zoals ik ze zelf graag schrijf: Voordat mijn vrouw vegetariër werd, had ik haar in allke opzichten altijd volstrekt oninteressant gevonden. Yeong-hye is de vrouw die oninteressant werd gevonden en vegetariër werd. Daarmee zet ze zichzelf buiten de maatschappij, en wordt ze zichzelf, onvoorwaardelijk, puur. Haar verhaal lees je door de ogen van drie andere personen, die ook op zoek zijn naar zichzelf, maar niet de onvoorwaardelijkheid aan de dag willen leggen als Yeong-Hey. Vanaf het moment dat Yeong-hye vegetariër wordt desintegreerd haar familie. Haar besluit is zo ontregelend voor haar man, die zich het liefst aan alle conventies houdt, en Korea heeft er veel!, dat het hem niet lukt met haar samen te wonen. Hij schakelt haar familie in om Yeong-Hye tot rede te brengen; immers, je familie wil je niet tot schande brengen. De scene die volgt is verbijsterend.
De man van haar zus, videokunstenaar, wil op zijn eigen manier uit de conventies stappen en raakt geobsedeerd door zijn schoonzus, met wie hij een obsessieve, erotisch geladen video wil maken. Dit deel heeft prachtige beelden en vooral kleuren.
In het derde deel is Yeon-Hye's zus In-hye aan het woord, die het gevoel heeft nooit echt te hebben geleefd. Iedereen lijkt in deze roman alleen maar te kunnen leven in hun dromen. Buiten de dromen zijn de conventies en verwachtingen van de (Koreaanse) maatschappij zo drukkend, dat je er niet aan kunt ontsnappen. De verhouding tussen systeem en individu, conventie en passie, verwachtingspatronen en dromen zijn bij Han Kang belkemmend scherp. Het gaat eigenlijk om het vinden van je vrijeheid, maar een andere vrijheid dan wij allen kunnen bevatten. vrijheid leidt tot onsporing. Yeong-hye gelooft uiteindelijk dat zij helemaal geen eten meer nodig heeft, alleen nog water, omdat ze in wezen een boom is. Dat derde deel is prachtig.
De vegetariër is sensueel, uitdagend, vernederend, met verontrustende vragen. Een verhaal waar je je voortdurend tegen schrap wilt zetten.

donderdag 23 april 2015

De geograaf van de paus - Amin Maalouf

Dit vond ik een geweldig boek! Vooral de berschrijvingen van Fez en Granada vond ik geweldig. Het beste boek van dit jaar.

woensdag 15 april 2015

Dear white people - Justin Simien

Ik heb dit boek en twee tickets naar de film Dear white people gewonnen bij VPRO cinema. De film vond ik niet eens zozeer gaan over post racial America, maar meer over de zwarte cultuur en al haar subculturen en hoe zij omgaat met de overwegend blanke universiteitscultuur in de VS.Een film die ik overigens zag in een bioscoop met tien anderen volkomen blanke mensen. Waar was iedereen?! We zijn nu toch wel klaar met de volgende Keenan Yvory Wayans film hoop ik? (Ik weet het, dit is een generalisering)

Dit boekje is voor mij een dubbele cultuurshock, want behalve de black culture is het ook nog eens een boek over overwegend jongerencultuur, met zijn twitter, snapshat en intagram en Amerikaanse SBS6 tv shows die ik niet of slechts van naam ken. Om nog maar te zwijgen over Kayne West en twerking;  met beide heb ik helemaal niets. En de meeste rappers vind ik overdreven macho's met een enge fascinatie voor alles wat schittert en slechte rijm.
In essentie is dit boekje de Zwarte Piet discussie in de VS. Zwarte Piet is natuurlijk in essentie een blackface, en ik snap dat men daar in het buitenland al helemaal anders tegenaan kijkt dan hier. Misschien dat het diagram Should I wear a blackface nog verdieping kan brengen in deze volledig doorgeschoten discussie.

Hoe grappig dit boekje ook is op sommige momenten, ik voel toch ook een enorme treurigheid in hoe weinig we elkaar durven vertrouwen.

Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers - Rutger Bregman, Jesse Frederik

Dit boekje van de maand van de filosofie van 2015 bevat eigenlijk 5 essays, die een beetje aan elkaar verbonden worden aan het eind. Deel een gaat over hoe we de economie, die ooit een moraalfilosofie was, hebben veranderd in een systeem van formules. Deel 2 is een essay over hoe de moraal uit de politiek, en meer uit liberalisme, verdween. Waar er in de begintijd van het liberalisme een duidelijk standpunt was over hoe je inkomen verdiend was, en duidelijk was dat onverdiend inkomen moest worden tegengegaan, is mede door de formulisering van de economie de huidige liberale stelling dat het inkomen dat verdiend wordt gerechtvaardigd is, omdat dat nu eenmaal is wat de markt aangeeft.
Deel 3 gaat om de stelling van Keynes dat we in 2030 15 uur zouden werken per week. Integenstelling daartoe zijn we echter steeds harder gaan werken. Volgens het boek klopt de standaard verklaring dat we meer zijn gaan werken om meer spullen te kunnen kopen niet. 'Onze consumptieverslaving wordt grotendeels door Aziatische loonslaven en robots bevredigd.' Er is hierdoor ruimte ontstaan voor onzinbanen, waarin de meesten van ons zichzelf 30 tot 40 uur per week bevinden, communicatiemedewerker, marketingdeskundige, dat soort dingen.
In dit hoofdstuk staat ook het mooie verhaal van de bankenstaking in Ierland in 1970. Het bleek snel dat de staking hoegenamd geen invloed had op de maatschappij. De Ieren gingen een eigen bankensysteem bouwen, met de kroeg als middelpunt. Ze bleven gwoon cheques aan elkaar uitschrijven, en met die cheques konden ze weer dingen kopen. Alleen konden die cheques niet meer ingewisseld worden bij de bank, maa dat bleek ook helemaal niet nodig. Mind you, dit is bija 50 jaar geleden. Nu zouden we er niet meer mee wegkomen denk ik, de bank is als institutt te verankerd in ons dagelijkse doen. Neem alleen al pinnen.
Deel 4 gaat om dat dubbeltjes bijna nooit kwartjes worden. Onze sociale, klasse, mobiliteit is in wezen niet groter geworden sinds de middeleeuwen!Geen verheffing of emancipatie, maar stilstand. De stelling uit The son also rises van Gregory Clark is dat je sociale status genetisch, erfelijk is. Voor een familie aan de top duurt het tien tot 15 generaties voor hun status weer gemiddeld is. Dat is meer dan 1000 jaar!
Zelf denk ik niet zozeer dat het genetisch of erfelijk is, het is omgekeerd. Onze maatschappij is gebouwd op en door die rijke families van 1000 jaar geleden. Logischerwijs sijpeld het voordeel dat zij hadden nog steeds door. Onze economie is na 1800 verherbouwd tot een survival of the fittest maatschappij. Daardoor lijkt het dat sociale status genetisch of erfelijk is, maar is dit volgens mij in wezen een onderliggende structuur in de economische maatschappij die we hebben opgebouwd.
Deel 5 tenslotte gaat om ongelijkheid in de 21ste eeuw. Sinds de jaren 80- groeit overal de ongelijkheid, ook in Nederland. We moeten, is de coclusie van het boek, de economie weer meer beschouwen als een moraalfisolofie en moralistische vragen stellen: Wanneer hebben we recht op eigendom? Welke mate van ongelijkheid valt te rechtvaardigen?En welke rijkdom is echt verdiend?