We moeten zuinig zijn op Nederland want we hebben het hier allemaal echt goed.
Nu ik geen abonnement op een krant meer heb heb ik tegenwoordig een ontbijtboek. Mijn idee is om korte verhalen te lezen tijdens het ontbijten, zodat ik rustig blijf ontbijten en ondertussen elke keer een verhaaltje lees. Zo heb ik dus deze bundel gelezen over gastarbeiderskinderen. Ik heb expres de verhalen van de bekendere gastarbeiderskinderen, politici, profvoetballers en dergelijke, niet gelezen, maar juist de verhalen van onbekende Nederlanders.
Het is mij altijd de vraag in hoeverre zo'n bundel verhalen representatief is. Als schrijver wil je natuurlijk verscheidenheid in je verhalen, zo is er het moslimmeisje met een Nederlandse vriend en de homoman (een erg onaardige homoman overigens vond ik, brr, die vreemd ging met andere vrouwen toen hij nog geen relatie met een man had, maar wel vind dat vrouwen als maagd het huwelijk in moeten gaan, want anders krijgen ze de smaak van andere mannen te pakken). Die verhalen bestaan natuurlijk, maar als je 25 willekeurige verhalen opschrijft, in hoeverre krijg je dan deze verhalen?
Er vallen wel dingen op als je deze verhalen leest. Zo is het grootste culturele verschil in Nederland blijkbaar gastvrijheid bij het eten, want iedereen in deze bundel heeft het erover hoe ongastvrij wij Nederlanders zijn; onze voordeur gesloten tenzij we van tevoren gebeld hebben voor een afspraak en altijd te weinig eten voor onverwachte gasten. Terwijl de gezinnen van de geportretteerde mensen altijd voldoende eten voor iedere onverwachte gast op tafel hebben staan en iedereen altijd kan aanschuiven.
Ook valt op dat geen één, echt geen één gastarbeider van Nederland zijn thuis heeft gemaakt. De generatie van mijn vader, de gastarbeiders, leefde in het verleden en droomde van de toekomst. Het heden is aan ze voorbij gegaan. Ze hebben nooit genoten. En hun kinderen ook maar met mate. Elk gastarbeiderkind, zelfs als het in Nederland geboren is en het land van haar ouders alleen kent van vakanties, heeft een soort romantisch verlangen naar dat land. Voor sommigen is het nog altijd, ook als ze hier geboren zijn, hun land van herkomst, voor anderen hun tweede land. Maar voor ieder kind dat in deze bundel geportretteerd wordt is het geboorteland van hun ouders een deel van hen.
Ik was te jong voor deze generatie gastarbeiders, die kwamen toen ik nog niet geboren was, of heel jong. Maar ik zie nu wel weer precies hetzelfde gebeuren. Polen, Roemenen, Oostblokkers, inwoners uit EU-leden, ze komen hier om te werken. Er zijn speciale huizen en kamers waar ze gehuisvest worden. Ze worden gebruikt, uitgebuit, met zijn velen op een kamer, de louche uitzendbureaus zijn weer terug. Een minister die verwacht geen problemen want ze zullen allemaal teruggaan, zegt hij. En dat ze zo leven, ach ja, dat is niet erg vinden wij in Nederland, want dat willen ze zelf. De Oostblokse meneer werkt nu in de sociale werkplaats want er is even geen werk voor hem. Zijn vrouw en dochter zijn ook in Nederland, maar sst, want die mogen hier eigenlijk niet zijn. En ik, ik luister braaf en help als ik kan, en ondertussen vraag ik me af wie hier nou eigenlijk blij van wordt.
Dit boek heb ik meegenomen naar een bookcrossingmeeting.
donderdag 26 januari 2012
dinsdag 17 januari 2012
Kroniek van een aangekondigde dood - Gabriel Garcia Marquez
Dat was een aangename verrassing. Ik heb eerder Herinnering aan mijn droeve hoeren van Marquez gelezen en ik was niet overtuigd. Maar Kroniek van een aangekondigde dood vond ik een heerlijke novelle, vooral door de manier waar alle peronages, en dat zijn er nog al wat in deze kleine roman, door Marquez als een Chinese borden act draaiende gehouden worden. Erg mooi geschreven, met veel humor.
maandag 9 januari 2012
De vreemdeling - Albert Camus
Ik vind Camus in de twee boeken die ik van hem heb gelezen, De pest en nu De vreemdeling erg mooi schrijven. Heel beschouwend, De vreemdeling nog meer dan De pest is een boek waarin heel nauwgezet wordt beschreven wat er gebeurd. Ik vind de hoofdpersoon, Meursault, en dat zal niet verbazen, autistisch. Zijn gevoel, zijn wereld, zijn hele leven wordt door hem beredeneerd. Dat zal Camus niet zo bedoeld hebben, begrijp ik, voor hem is de vervreemding en het beredeneren absudistisch existentialistisch.
Meursault is niet aangepast aan de normen van de samenleving, wat in de rechtzaal uiteindelijk niet begrepen wordt. De feiten worden altijd gevormd door het feitenrelaas en de manier waarop wij de antwoorden die iemand geeft interpreteren. Ons oordeel wordt voor een groot gebaseerd op wat ons geleerd is, wat onze cultuur is, wat wij vinden dat hoort. Dat Meursault niet huilt bij de begrafenis van zijn moeder en zelfs een sigaret rookt is niet zoals het hoort, dat hij niet gelooft in god al helemaal niet en daarmee wordt hij veroordeeld voor de latere moord. De mens is een wezen in een onverschillige, hem vijandig gezinde omgeving, vervreemd in een absurd universum.
Ik merkte dat jazzmuziek het beste werkte bij dit boek.
Meursault is niet aangepast aan de normen van de samenleving, wat in de rechtzaal uiteindelijk niet begrepen wordt. De feiten worden altijd gevormd door het feitenrelaas en de manier waarop wij de antwoorden die iemand geeft interpreteren. Ons oordeel wordt voor een groot gebaseerd op wat ons geleerd is, wat onze cultuur is, wat wij vinden dat hoort. Dat Meursault niet huilt bij de begrafenis van zijn moeder en zelfs een sigaret rookt is niet zoals het hoort, dat hij niet gelooft in god al helemaal niet en daarmee wordt hij veroordeeld voor de latere moord. De mens is een wezen in een onverschillige, hem vijandig gezinde omgeving, vervreemd in een absurd universum.
Ik merkte dat jazzmuziek het beste werkte bij dit boek.
Het negerboek - Lawrence Hill
Dit is zo'n boek waarvan ik het niet erg gevonden zou hebben als ik het niet gelezen zou hebben, maar ook niet erg vond om te lezen. Het leest best lekker weg. Aminata Diallo is een Afrikaanse vrouw uit de 18e eeuw, maar haar stem in het boek is niet Afrikaans en die van een 20e eeuwse, met normen en waarden van een Westerse 20e eeuwse. Als literaire historische fictie vind ik het boek nogal mager. Aminata is een overlever, een stoer mens. Maar haar karakter ontwikkelt niet echt. Misschien ben ik ook te verwend, de laatste vier boeken die ik heb gelezen waren boeken waar je echt over moest nadenken. Met dit boek was nadenken niet nodig, het werd je wel voorgezegd. Lawrence Hill raakt het leven niet echt, hij strijkt er wat overheen.
Het negerboek waar het boek over gaat, dat is interessant, maar het gaat er maar kort over. Dat had een veel interessanter boek op moeten leveren.
Het negerboek waar het boek over gaat, dat is interessant, maar het gaat er maar kort over. Dat had een veel interessanter boek op moeten leveren.
zaterdag 7 januari 2012
#1 Whiskey
En de whiskey die ik erbij drink: McClelland's Single malt highland Scottish.
dinsdag 3 januari 2012
Het beste gelezen boek van 2011
Dokter Zjivago - Boris Pasternak
De gele regen - Julio Llamazares
De broncode - Eric Smits
Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? - Johan Harstad
The rain before it falls - Jonathan Coe
The piano cemetery - Jose Louis Peixoto
hebben ooit de titel beste boek van 2011 gedragen. Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? is het uiteindelijk geworden.
De gele regen - Julio Llamazares
De broncode - Eric Smits
Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? - Johan Harstad
The rain before it falls - Jonathan Coe
The piano cemetery - Jose Louis Peixoto
hebben ooit de titel beste boek van 2011 gedragen. Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? is het uiteindelijk geworden.
zondag 18 december 2011
Het gouden paviljoen
Het staat op pagina 173 van de 234 bladzijden die de roman telt: Ik moet het Gouden Paviljoen in brand steken. Het is een bevrijding als eindelijk die woorden worden uitgesproken. Het is vreselijk knap van Mishima dat hij een roman kan schrijven waarbij die woorden voor de hoofdpersoon net zo bevrijdend zijn als voor de lezer. Een innerlijke rust kwam over mij toen ik die woorden las; Het is klaar.
Het was zeker geen leuk boek, in de zin dat je er een of andere vorm van genoegdoening uit krijgt. Ik las het ook op een moment dat het in mijn eigen hoofd niet goed gaat. in de eerste 173 bladzijden van het boek graaf je in de gedachtenwereld van een psychotische jongen. Vanaf pagina één word je als lezer meegevoerd in de bizarre ideeënstroom van Mizoguchi, de jongen die uiteindelijk het Gouden Paviljoen in brand steekt. Steeds dieper en dieper. Het is een donkere getormenteerde gedachtenwereld, alles wat er gebeurd wordt door de hoofdpersoon op zichzelf betrokken. Het geeft prachtig weer hoe de wereld van iemand in een psychose werkt. Zo knap, dat het eng wordt. Ik durfde niet mee, probeerde uit alle macht niet ondergedompeld te worden door blije muziek te draaien, niet 's avonds te lezen, te allen tijde contact te houden met de wereld om me heen. Er was geen ontsnappen mogelijk aan de gedachtenstroom van Mizoguchi. De uiteindelijke ontsnapping voor de lezer is dezelfde als voor Mizoguchi, het plan om het Gouden Paviljoen in brand te steken.
Terwijl Mizoguchi steeds meer geobsedeerd raakt door het gouden paviljoen, worden zijn gevoelens steeds pompeuzer, ze lijken in geschrift steeds meer op wat het Gouden paviljoen in beeld is, een gezwollen en in feite hol symbool van Zen beleidenis.
Het boek is geschreven in 1956, maar is nog steeds actueel. De nachtmerrie is niet onze eigen pijn, maar het gruwelijke lichamelijke lijden van anderen. (p 98), is dat niet de grond van de talloze schietincidenten op scholen en publieke plaatsen?
Het Gouden Paviljoen is geschreven als een boeddhistisch zengeschrift. Lange, heel mooie, natuurbeschrijvingen worden afgewisseld met parabelachtige verhalen.
Boven de bergkam stapelden zich statige wolken op, zoals de wolken in de hoeken van mijn ogen tijdens het lezen van de opstandingssutra bij vaders dood. Vol stil, intens licht bogen zij zich over het fijne bouwwerk. Onder dit sterke nazomerlicht verloor het Gouden Paviljoen zijn vormscharkering en het koele duister in zichzelf besloten houdend, leek het met zijn geheimzinnige omtrekken de verblindende wereld daarbuiten eenvoudig te ontkennen. Alleen de fenix op het dak sloeg de scherpe nagels stevig in zijn voetstuk en probeerde niet te wankelen in het zonlicht.
Verveeld door mijn lange gestaar pakte Tsurukawa een steentje op en gooide het met een sierlijke zwaai van zijn lichaam midden in het spiegelbeeld van het Gouden Paviljoen in de vijver.
De kringen breidden zich door het kroos heen over het wateroppervlak uit en het mooie, verfijnde bouwsel brak onmiddelijk in stukken.
Prachtig! Maar in de gesprekken met zijn vriend Kashiwagi blijkt de andere kant van Zen. De schoonheid van het Gouden Paviljoen belemmerd Mizoguchi om te kunnen leven is een omkering van het wezen van Zen. De uiteenzettingen en parabellen van Kashiwagi en Mizoguchi zijn holle frasen, uitdrukkingen zonder zin en inhoud, als de monnik die zijn slippers op zijn hoofd zet als de zenmeester een katje de keel doodsnijdt.
Japan moest ontheiligd worden. De keizer werd ontheiligd door de Amerikanen in het einde van de tweede Wereldoorlog, maar de maatschappij moest, net als in de jaren zestig in het Westen, ontdaan worden van de ceremonies van de vorige generatie. Zo wordt in dit boek Zen ontheiligd, de theeceremonie ontheiligd en bereikt uiteindelijk het hoogtepunt door de verwoesting van het laatste symbool van de Japanse oudere generatie, het Gouden Paviljoen. Mizoguchi droomde al tijdens de tweede wereldoorlog van de verwoesting van dit momument, maar het bleef gespaard. 'Buiten de poort. (van het Gouden Paviljoen - iiwi) liep een goot langs het terrein en daar stond een bord. [...] Ter attentie. 1. Zonder speciale toestemming mag in de huidige toestand geen verandering worden gebracht. Om te leven moest het Gouden Paviljoen in vlammen opgaan.
Ik heb dit boek vrijgelaten in een Japans restaurant, op zoek naar nieuwe lezers.
Het was zeker geen leuk boek, in de zin dat je er een of andere vorm van genoegdoening uit krijgt. Ik las het ook op een moment dat het in mijn eigen hoofd niet goed gaat. in de eerste 173 bladzijden van het boek graaf je in de gedachtenwereld van een psychotische jongen. Vanaf pagina één word je als lezer meegevoerd in de bizarre ideeënstroom van Mizoguchi, de jongen die uiteindelijk het Gouden Paviljoen in brand steekt. Steeds dieper en dieper. Het is een donkere getormenteerde gedachtenwereld, alles wat er gebeurd wordt door de hoofdpersoon op zichzelf betrokken. Het geeft prachtig weer hoe de wereld van iemand in een psychose werkt. Zo knap, dat het eng wordt. Ik durfde niet mee, probeerde uit alle macht niet ondergedompeld te worden door blije muziek te draaien, niet 's avonds te lezen, te allen tijde contact te houden met de wereld om me heen. Er was geen ontsnappen mogelijk aan de gedachtenstroom van Mizoguchi. De uiteindelijke ontsnapping voor de lezer is dezelfde als voor Mizoguchi, het plan om het Gouden Paviljoen in brand te steken.
Terwijl Mizoguchi steeds meer geobsedeerd raakt door het gouden paviljoen, worden zijn gevoelens steeds pompeuzer, ze lijken in geschrift steeds meer op wat het Gouden paviljoen in beeld is, een gezwollen en in feite hol symbool van Zen beleidenis.
Het boek is geschreven in 1956, maar is nog steeds actueel. De nachtmerrie is niet onze eigen pijn, maar het gruwelijke lichamelijke lijden van anderen. (p 98), is dat niet de grond van de talloze schietincidenten op scholen en publieke plaatsen?
Het Gouden Paviljoen is geschreven als een boeddhistisch zengeschrift. Lange, heel mooie, natuurbeschrijvingen worden afgewisseld met parabelachtige verhalen.
Boven de bergkam stapelden zich statige wolken op, zoals de wolken in de hoeken van mijn ogen tijdens het lezen van de opstandingssutra bij vaders dood. Vol stil, intens licht bogen zij zich over het fijne bouwwerk. Onder dit sterke nazomerlicht verloor het Gouden Paviljoen zijn vormscharkering en het koele duister in zichzelf besloten houdend, leek het met zijn geheimzinnige omtrekken de verblindende wereld daarbuiten eenvoudig te ontkennen. Alleen de fenix op het dak sloeg de scherpe nagels stevig in zijn voetstuk en probeerde niet te wankelen in het zonlicht.
Verveeld door mijn lange gestaar pakte Tsurukawa een steentje op en gooide het met een sierlijke zwaai van zijn lichaam midden in het spiegelbeeld van het Gouden Paviljoen in de vijver.
De kringen breidden zich door het kroos heen over het wateroppervlak uit en het mooie, verfijnde bouwsel brak onmiddelijk in stukken.
Prachtig! Maar in de gesprekken met zijn vriend Kashiwagi blijkt de andere kant van Zen. De schoonheid van het Gouden Paviljoen belemmerd Mizoguchi om te kunnen leven is een omkering van het wezen van Zen. De uiteenzettingen en parabellen van Kashiwagi en Mizoguchi zijn holle frasen, uitdrukkingen zonder zin en inhoud, als de monnik die zijn slippers op zijn hoofd zet als de zenmeester een katje de keel doodsnijdt.
Japan moest ontheiligd worden. De keizer werd ontheiligd door de Amerikanen in het einde van de tweede Wereldoorlog, maar de maatschappij moest, net als in de jaren zestig in het Westen, ontdaan worden van de ceremonies van de vorige generatie. Zo wordt in dit boek Zen ontheiligd, de theeceremonie ontheiligd en bereikt uiteindelijk het hoogtepunt door de verwoesting van het laatste symbool van de Japanse oudere generatie, het Gouden Paviljoen. Mizoguchi droomde al tijdens de tweede wereldoorlog van de verwoesting van dit momument, maar het bleef gespaard. 'Buiten de poort. (van het Gouden Paviljoen - iiwi) liep een goot langs het terrein en daar stond een bord. [...] Ter attentie. 1. Zonder speciale toestemming mag in de huidige toestand geen verandering worden gebracht. Om te leven moest het Gouden Paviljoen in vlammen opgaan.
Ik heb dit boek vrijgelaten in een Japans restaurant, op zoek naar nieuwe lezers.
Abonneren op:
Posts (Atom)




